Door: Lisa Fluit
Leestijd: 4 minuten
Een ontspannen wandeling met de hond, een kort praatje met andere hondenbezitters en spelende honden op de achtergrond. Het zijn momenten die voor velen herkenbaar zijn. Toch kan zo’n alledaagse situatie in een fractie van een seconde omslaan in een ernstig ongeval met ingrijpende gevolgen. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 november 2025, waarin de vraag centraal stond wie aansprakelijk is wanneer iemand ernstig letsel oploopt doordat zij wordt omvergelopen door een hond.
In deze blog leest u hoe de rechtbank tot haar oordeel kwam, welke wettelijke regels daarbij een rol spelen en wat deze uitspraak betekent voor hondenbezitters én slachtoffers van een ongeval met een dier.
Het ongeval: een spelende hond met grote gevolgen
Op een winterdag in februari 2023 liet een vrouw haar hond uit op een grasstrook in haar woonomgeving. Zij raakte daar in gesprek met twee andere hondeneigenaren. Terwijl zij stonden te praten, liepen de honden los en speelden zij met elkaar. Dat gebeurde op een plek waar in feite een aanlijnplicht gold.
Tijdens het spel rende één van de honden met hoge snelheid richting de vrouw. De hond botste tegen haar been, waardoor zij hard ten val kwam. De gevolgen bleken ernstig. In het ziekenhuis werd een complexe breuk van het scheenbeen vastgesteld, een zogenoemde tibia plateau fractuur. Zelfs anderhalf jaar na het ongeval was volledig herstel nog altijd uitgebleven. Van een onschuldig incident was dus allerminst sprake.
De aansprakelijkheidsvraag: wie is verantwoordelijk?
De vrouw stelde de eigenaren van de betreffende Labrador aansprakelijk voor haar letselschade. Zij stelde dat juist deze hond tegen haar been was aangerend en haar val had veroorzaakt. De aangesproken hondeneigenaren betwistten dat. Volgens hen was het juist de hond van de vrouw zelf die tegen haar benen was gerend. Daarmee probeerden zij aansprakelijkheid van de hand te wijzen.
De juridische grondslag van de vordering was artikel 6:179 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel regelt de zogenaamde risicoaansprakelijkheid voor dieren. De kern daarvan is eenvoudig: de bezitter van een dier is aansprakelijk voor de schade die het dier veroorzaakt door zijn eigen gedragingen. Het maakt daarbij niet uit of de bezitter een fout heeft gemaakt of dat het gedrag van het dier onvoorspelbaar was.
Eerst duidelijkheid over de toedracht
Voordat de rechtbank zich kon buigen over de juridische gevolgen, moest eerst vaststaan wat er feitelijk was gebeurd. Welke hond had de vrouw daadwerkelijk omvergelopen? Omdat de verklaringen van partijen uiteenliepen, werd een voorlopig getuigenverhoor gelast.
Tijdens dit verhoor werden onder meer de vrouw zelf, de hondeneigenaren en een buurvrouw gehoord. De buurvrouw had het incident direct zien gebeuren en verklaarde dat de Labrador als eerste rende en recht op de benen van de vrouw afging. Ook de verklaring van het slachtoffer zelf was gedetailleerd en consistent.
De verklaringen van het echtpaar waren daarentegen minder overtuigend. Eén van hen stond verder van het incident af en verklaarde bovendien onjuist over welk been geraakt zou zijn. Dat deed volgens de rechtbank afbreuk aan de betrouwbaarheid van hun lezing.
Het oordeel van de rechtbank: risicoaansprakelijkheid staat vast
Op basis van alle verklaringen concludeerde de rechtbank dat vaststond dat de Labrador van het echtpaar tegen de vrouw was aangerend en haar val had veroorzaakt. Daarmee was voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:179 Burgerlijk Wetboek. De eigenaren van de hond zijn als bezitters hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die door hun dier is veroorzaakt.
Dit bevestigt opnieuw dat de aansprakelijkheid voor dieren in het Nederlandse recht streng is. Een hond hoeft niet agressief te zijn of te bijten; ook speels gedrag kan leiden tot aansprakelijkheid wanneer daardoor schade ontstaat.
Maar dan: eigen schuld van het slachtoffer?
De zaak eindigde daar niet. De rechtbank moest vervolgens beoordelen of sprake was van eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer, zoals bedoeld in artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek. Dit artikel bepaalt dat wanneer de schade mede het gevolg is van omstandigheden die aan de benadeelde kunnen worden toegerekend, de schadevergoedingsplicht kan worden verminderd.
In dit geval stond vast dat alle betrokken honden losliepen op een plek waar een aanlijnplicht gold. Daarnaast rende de hond van het slachtoffer achter de Labrador aan, waardoor het spel werd versterkt en het risico op een botsing toenam. Volgens de rechtbank konden de gedragingen van beide honden niet los van elkaar worden gezien.
Het ongeval lag daarom deels binnen de eigen risicosfeer van het slachtoffer. De rechtbank kwam tot een verdeling waarbij 60 procent van de schade voor rekening van het echtpaar kwam en 40 procent voor rekening van de vrouw zelf. Een correctie op grond van de billijkheid achtte de rechtbank niet nodig.
Wat betekent deze uitspraak in de praktijk?
Deze uitspraak laat zien dat hondenbezitters een vergaande verantwoordelijkheid dragen voor het gedrag van hun dier. Zelfs speels gedrag kan juridische gevolgen hebben. Tegelijkertijd maakt de uitspraak duidelijk dat ook van slachtoffers een zekere voorzichtigheid wordt verwacht, zeker wanneer zij zelf bijdragen aan een risicovolle situatie, bijvoorbeeld door het overtreden van een aanlijnplicht.
Juridisch advies
Bent u zelf betrokken geraakt bij een ongeval met een hond of een ander (huis)dier en heeft u letsel opgelopen? Of wordt u als dierenbezitter aangesproken voor schade en wilt u weten waar u juridisch staat? Dan is deskundig advies essentieel.
De experts van Stipt Letselschade staan u graag bij. Onze specialisten hebben ruime ervaring met letselschade door dieren en begeleiden u stap voor stap bij het verhalen van uw schade of het voeren van verweer. Neem gerust contact op. Een goed juridisch advies kan het verschil maken tussen onzekerheid en duidelijkheid.