Door: Lisa Fluit
Leestijd: 4 minuten
In de discussie over vuurwerkletsel wordt steeds vaker gesteld dat aansprakelijkheidsvragen eenvoudiger zullen worden zodra consumentenvuurwerk verboden is.
Ook binnen de letselschadepraktijk klinkt regelmatig de gedachte dat het juridische debat daarmee grotendeels is beslecht. Die aanname miskent echter een belangrijk juridisch gegeven. Niet al het consumentenvuurwerk verdwijnt. Categorie F1 blijft toegestaan en kan op grond van het Europese recht ook niet zonder meer worden verboden. Daarnaast kunnen er op gemeentelijk niveau ontheffingen worden gegeven om onder voorwaarden categorie F2 -vuurwerk af te steken.
Dat betekent dat vuurwerkletsel juridisch relevant blijft en dat de beoordeling van aansprakelijkheid ook in de toekomst maatwerk zal vergen.
Het vuurwerkverbod in perspectief
Het aangekondigde verbod op consumentenvuurwerk ziet met name op het vuurwerk uit categorie F2. Het zwaardere vuurwerk uit de categorie F3 is al in 2020 verboden voor particuliere gebruikers/consumenten.
Het vuurwerk uit de categorie F2 betreft het vuurwerk dat tot en met de jaarwisseling van 2025/2026 werd afgestoken en dat in de praktijk verantwoordelijk is voor een deel van het letsel, aangezien er ook een groot deel wordt veroorzaakt door illegaal vuurwerk uit de categorieën F3 en F4 (professioneel vuurwerk).
In politieke en maatschappelijke debatten wordt dit verbod op vuurwerk uit de categorie F2 soms gepresenteerd als een eindpunt. Voor de letselschadepraktijk is dat echter een misleidend beeld. Ook na invoering van een verbod blijft vuurwerk in omloop dat door consumenten mag worden gebruikt, en daarmee blijven risico’s en aansprakelijkheidsvragen bestaan.
Europese regelgeving en de positie van F1-vuurwerk
De kern van het probleem ligt in het Europese recht. Richtlijn 2013/29/EU betreffende het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen harmoniseert de veiligheidsregels voor vuurwerk binnen de Europese Unie. In deze richtlijn is vuurwerk ingedeeld in de categorieën F1 tot en met F4.
Categorie F1 betreft vuurwerk met een zeer laag risico en een verwaarloosbaar geluidsniveau, bedoeld voor gebruik door consumenten. Lidstaten mogen op grond van artikel 6 van de richtlijn nationale maatregelen nemen ter bescherming van de openbare orde, veiligheid en gezondheid, maar een algeheel verbod op F1-vuurwerk ligt juridisch uiterst gevoelig. Juist omdat deze categorie expliciet als laag-risico is aangemerkt, zou een verbod al snel op gespannen voet staan met het vrije verkeer van goederen binnen de Europese interne markt.
Doorwerking in het Nederlandse recht
Deze Europese uitgangspunten zijn verwerkt in het Nederlandse Vuurwerkbesluit. In artikel 1.1.1 van dat besluit wordt consumentenvuurwerk gedefinieerd als vuurwerk behorend tot de categorieën F1 en F2. Hoewel de nationale wetgever de bevoegdheid heeft om het gebruik en de verkoop van vuurwerk verder te beperken, blijft F1-vuurwerk onder de huidige en aangekondigde regelgeving toegestaan. Dat betekent dat het afsteken van dit vuurwerk een rechtmatige activiteit blijft, mits wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften.
Gemeentelijke ontheffingen voor F2-vuurwerk
Naast F1-vuurwerk blijft ook F2-vuurwerk in bepaalde gevallen mogelijk. Gemeenten behouden namelijk de bevoegdheid om ontheffing te verlenen aan verenigingen of georganiseerde partijen om tijdens evenementen of jaarwisselingen gemaximeerd 200 kilogram F2-vuurwerk af te steken. Deze ontheffingen zijn doorgaans voorzien van strikte randvoorwaarden, zoals eisen ten aanzien van locatie, veiligheidsafstanden, toezicht, deskundigheid van de afstekers en een aansprakelijkheidsverzekering.
Juist deze ontheffingsmogelijkheid introduceert een extra juridische laag. Het afsteken van F2-vuurwerk is in zo’n situatie niet verboden, maar expliciet toegestaan binnen een gereguleerd kader. Letsel dat ontstaat bij of door dergelijk vuurwerk kan dus niet zonder meer worden afgedaan als het gevolg van illegaal handelen. De vraag verschuift dan naar de naleving van de aan de ontheffing verbonden voorwaarden en de zorgvuldigheid waarmee het vuurwerk is georganiseerd en afgestoken.
Dat maakt de aansprakelijkheidsvraag juist complexer, niet eenvoudiger. Denk aan mogelijke aansprakelijkheid van de organiserende vereniging, individuele uitvoerders, ingehuurde professionals of zelfs de gemeente, afhankelijk van de omstandigheden en de rolverdeling.
Gevolgen voor letselschade en aansprakelijkheid
Voor u als slachtoffer of belangenbehartiger betekent dit dat vuurwerkletsel niet automatisch kan worden afgedaan met de constatering dat sprake was van verboden gedrag.
Wanneer letsel ontstaat door F1-vuurwerk, is het uitgangspunt juist dat het gebruik daarvan in beginsel rechtmatig is. De vraag verschuift dan naar de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij speelt een rol of het vuurwerk correct is gebruikt, of de veiligheidsinstructies duidelijk en volledig waren en of het product voldeed aan de eisen die daaraan op grond van de Europese richtlijn en nationale regelgeving mogen worden gesteld.
Indien er letsel ontstaat bij het afsteken van F2 vuurwerk binnen het kader van een gemeentelijke ontheffing moet gekeken worden of er aan de daarvoor geldende randvoorwaarden en veiligheidseisen is voldaan.
Productaansprakelijkheid en onrechtmatige daad
In zaken waarin het letsel mogelijk samenhangt met een gebrek aan het vuurwerk zelf, kan de regeling van productaansprakelijkheid uit artikel 6:185 Burgerlijk Wetboek relevant zijn.
U hoeft dan niet aan te tonen dat de producent een fout heeft gemaakt, maar wel dat het product niet de veiligheid bood die men daarvan mocht verwachten. Ook een gebrekkige gebruiksaanwijzing of onvoldoende waarschuwing kan ertoe leiden dat sprake is van een gebrekkig product.
Daarnaast blijft de algemene onrechtmatige-daadsnorm van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek van belang, bijvoorbeeld wanneer een derde het vuurwerk onzorgvuldig heeft afgestoken en daarmee schade bij u heeft veroorzaakt.
Waarom het juridisch helemaal niet eenvoudiger wordt
Het voortbestaan van F1-vuurwerk en de ontheffingsmogelijkheid voor F2-vuurwerk maakt dat vuurwerkletsel ook na een verbod op zwaarder consumentenvuurwerk juridisch complex blijft en misschien nog wel ingewikkelder wordt.
De beoordeling van aansprakelijkheid zal niet kunnen worden gebaseerd op een algemeen verbod, maar zal steeds afhangen van de feiten, de geldende regelgeving en de vraag welke zorgvuldigheidsnormen in het concrete geval zijn geschonden. De gedachte dat vuurwerkletsel na een verbod automatisch eenvoudiger wordt, doet daarom geen recht aan de juridische werkelijkheid.
Juridisch advies bij vuurwerkletsel: wat u kunt doen
Wanneer u letsel heeft opgelopen door vuurwerk? Dan raden wij u aan contact op te nemen met onze letselschade experts. Onze experts staan u daarbij graag bij en hebben ruime ervaring met het behandelen van allerhande letselschadezaken, waaronder vuurwerk-letsel. De inzet van een specialist betekent dat u zich kunt richten op uw herstel terwijl uw belangen worden behartigd door iemand die verstand heeft van de complexe juridische kaders rond aansprakelijkheid, productveiligheid en schadevergoeding.