• Landelijk werkzaam
  • Persoonlijk bezoek
  • Één vast aanspreekpunt
  • Gratis rechtshulp

Overlijdensschade en zorg voor kinderen

Door: Lisa Fluit
Leestijd: 4 minuten

Wanneer ouders plotseling overlijden door een verkeersongeval, verandert het leven van hun kinderen onherroepelijk. Het emotionele verlies is immens. Tegelijkertijd ontstaat er een juridische en financiële werkelijkheid die vaak minder zichtbaar is, maar minstens zo ingrijpend. De dagelijkse zorg, opvoeding en ondersteuning die ouders normaal gesproken bieden, vallen weg. De wet kent daarvoor een regeling: overlijdensschade. Maar hoe wordt die schade begroot als kinderen na het ongeval in het buitenland gaan wonen? En welke maatstaf geldt dan voor de waarde van zorg?

Begin 2026 boog de Rechtbank Rotterdam zich over deze vragen in een zaak waarin twee minderjarige kinderen hun beide ouders verloren bij een verkeersongeval in Spanje. De uitspraak werpt een helder licht op de manier waarop rechters omgaan met gederfd levensonderhoud in natura en hoe zij kijken naar zorg door familieleden in een internationale context.

De achtergrond van de zaak

Bij een eenzijdig ongeval in Spanje kwamen beide ouders van twee jonge kinderen om het leven. Het gezin woonde tot dat moment in Nederland. Na het overlijden werden de kinderen opgenomen in het gezin van hun grootouders in het buitenland, die ook met de voogdij werden belast.

De aansprakelijkheid voor het ongeval stond niet ter discussie. De betrokken verzekeraar erkende dat zij de overlijdensschade diende te vergoeden. Het debat ging uitsluitend over de omvang van die schade. Daarbij stond met name het gederfde levensonderhoud centraal, in het bijzonder de waarde van de zorg en opvoeding die de ouders zonder het ongeval zouden hebben geboden.

De juridische basis voor deze schadepost is te vinden in artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek. Dit artikel geeft nabestaanden recht op vergoeding van schade wegens het derven van levensonderhoud. Onder dat begrip valt niet alleen financiële ondersteuning in geld, maar ook zorg in natura, zoals opvoeding, begeleiding en huishoudelijke ondersteuning.

De kern van het geschil: abstract of concreet begroten?

Namens de kinderen werd betoogd dat bij de berekening van de overlijdensschade moet worden uitgegaan van de situatie zoals die zonder het ongeval zou hebben bestaan. Zonder het fatale ongeval zouden de ouders immers in Nederland zijn blijven wonen en daar zelf voor hun kinderen hebben gezorgd. Vanuit die gedachte zouden Nederlandse maatstaven moeten worden gehanteerd bij de waardering van de weggevallen zorg.

Daarbij werd aangevoerd dat ook andere schadeposten volgens Nederlands recht werden beoordeeld en dat de kinderen de Nederlandse nationaliteit hebben. De zorg die nu door grootouders in het buitenland wordt verleend, zou volgens deze redenering niet mogen leiden tot een lagere vergoeding. Het verlies blijft immers hetzelfde.

De verzekeraar koos voor een andere invalshoek. Volgens haar moet overlijdensschade zo concreet mogelijk worden vastgesteld. Niet een hypothetische situatie vóór het ongeval, maar de feitelijke omstandigheden ná het ongeval vormen het uitgangspunt.

Dat betekent dat gekeken moet worden naar de daadwerkelijke woonplaats van de kinderen en naar de kosten die daar gebruikelijk zijn voor zorg en ondersteuning.

Wanneer professionele hulp wordt ingeschakeld, zijn de werkelijke kosten bepalend. Wanneer familieleden de zorg op zich nemen, moet worden gekeken naar de kosten die daarmee worden bespaard, bijvoorbeeld doordat geen betaalde hulp nodig is.

Deze discussie raakt aan een breder beginsel binnen het schadevergoedingsrecht: personenschade wordt in beginsel concreet begroot, tenzij de aard van de schade een abstracte benadering rechtvaardigt.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank koos voor een concrete benadering. Volgens de rechter moet overlijdensschade aansluiten bij de feitelijke situatie waarin de kinderen zich bevinden. Hun behoefte aan zorg en ondersteuning wordt immers bepaald door hun huidige leefomgeving.

Omdat de kinderen na het ongeval in het buitenland wonen, moeten de kosten van het gederfde levensonderhoud in natura worden berekend aan de hand van de daar geldende omstandigheden. Dat geldt zowel voor professionele hulp als voor zorg die door familie wordt verleend. In het laatste geval wordt gekeken naar de waarde van de bespaarde kosten van professionele ondersteuning.

De rechtbank wees een louter abstracte benadering, gebaseerd op Nederlandse tarieven en een hypothetische voortzetting van het leven in Nederland, van de hand. Een dergelijke fictie zou onvoldoende recht doen aan de werkelijke situatie na het ongeval.

Tegelijkertijd bracht de rechtbank nuance aan. Zij erkende dat de toekomst niet vaststaat. De kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit en het is niet uitgesloten dat zij op termijn terugkeren naar Nederland. Bij de verdere afwikkeling van de overlijdensschade moeten partijen met die mogelijkheid rekening houden. De rechter liet de precieze uitwerking daarvan over aan het onderhandelingstraject.

Internationale dimensie van overlijdensschade

De rechtbank maakt duidelijk dat de begroting van overlijdensschade sterk afhankelijk is van de feitelijke woon- en leefsituatie van de nabestaanden. Dat sluit aan bij de gedachte dat schadevergoeding bedoeld is om het werkelijke verlies te compenseren, niet om een theoretische situatie te reconstrueren.

Tegelijkertijd bevestigt de uitspraak dat zorg door familieleden niet betekent dat er geen schade is. Ook wanneer grootouders of andere verwanten de opvoeding en verzorging op zich nemen, blijft sprake van gederfd levensonderhoud in de zin van artikel 6:108 Burgerlijk Wetboek. De waarde van die zorg wordt alleen anders vastgesteld. De bespaarde kosten van professionele hulp kunnen als uitgangspunt kunnen dienen bij de waardering.

Maatwerk blijft leidend

Wat deze uitspraak des te meer aantoont, is dat overlijdensschade maatwerk is. De woonplaats van de kinderen, hun leeftijd, de gezinssituatie en hun toekomstperspectief spelen allemaal een rol bij de begroting van de schade.

Een verhuizing naar het buitenland kan dus invloed hebben op de hoogte van de vergoeding, zonder dat daarmee wordt afgedaan aan de ernst van het verlies. De rechter zoekt naar een balans tussen juridische systematiek en praktische realiteit.

Voor nabestaanden is het daarom van groot belang dat hun situatie zorgvuldig wordt geanalyseerd en onderbouwd. De juiste uitgangspunten bij de berekening van overlijdensschade kunnen een aanzienlijk verschil maken in de uiteindelijke vergoeding.

Juridisch advies

Heeft u een dierbare verloren en wilt u weten hoe overlijdensschade wordt berekend?  De specialisten van Stipt letselschade begeleiden nabestaanden bij de volledige afwikkeling van overlijdensschade. Wij beoordelen uw zaak zorgvuldig en denken strategisch mee over de juiste benadering. Wilt u weten wie u kan bijstaan? Neem dan contact op met één van onze experts. Wij staan voor u klaar om uw situatie deskundig en betrokken te beoordelen.

Gratis hulp en advies
  • Binnen 24 uur contact
  • Eén vast aanspreekpunt
  • Persoonlijke aanpak
  • Gratis rechtshulp
  • Landelijk werkzaam

    Gratis hulp en advies
    (c) copyright Stipt letselschade | Klachtenregeling | Algemene Voorwaarden | Sitemap | Privacyverklaring