Door: Lisa Fluit
Leestijd: 2 minuten
Op 24 juni 2025 deed rechtbank in Den Haag een opvallende uitspraak over een ernstig tramongeval in Den Haag. Een man raakte bekneld tussen de deuren van een HTM-tram, werd meegesleurd en liep hierbij letsel op. De vervoerder erkende geen aansprakelijkheid, maar de rechter keek anders naar de zaak. Deze uitspraak biedt belangrijk inzicht voor iedereen die letsel oploopt bij een ongeval in het openbaar vervoer.
Wat gebeurde er precies?
In de nacht van 15 januari 2024 op 16 januari 2024 probeerde een man nog snel in te stappen in een tram bij station Hollands Spoor. Hij stak zijn voet tussen de sluitende achterdeuren, die direct daarna dichtgingen. De tram vertrok, waardoor de man ruim honderd meter werd meegesleurd. Hij liep letsel op aan zijn rug, been en arm. HTM weigerde aansprakelijkheid te erkennen en stelde dat de passagier zelf schuld had aan het incident.
Het verzoek van het slachtoffer
De man startte een deelgeschil en vroeg om een voorschot op zijn schade van €15.000,00 en vergoeding van de gemaakte juridische kosten. Zijn jurist vroeg niet expliciet om een verklaring voor recht dat HTM aansprakelijk was. Formeel kan een rechter daar zonder een dergelijk verzoek niet over oordelen, maar de kantonrechter legde het verzoek ruimhartig uit en nam de aansprakelijkheidsvraag toch mee, mede omdat HTM het verzoek in die zin had geïnterpreteerd.
Het slachtoffer leverde echter weinig bewijs van de schade. Zo werden medische stukken overlegd die dateren van vóór het ongeval en daardoor niet relevant waren. Het voorschot op de schade werd daarom afgewezen.
Het standpunt van HTM
HTM voerde aan dat de passagier zelf onvoorzichtig had gehandeld door zijn voet tussen de deuren te steken. Volgens de vervoerder functioneerde het veiligheidssysteem van de tram correct en handelde de bestuurder volgens de geldende procedures. HTM ontkende aansprakelijkheid en stelde dat het ongeval te wijten was aan het eigen gedrag van de passagier.
Het oordeel van de rechter
De rechter stelde vast dat het ongeval plaatsvond tijdens het instappen van de tram. Op grond van artikel 8:105 Burgerlijk Wetboek is de vervoerder in beginsel aansprakelijk voor letsel dat ontstaat tijdens het vervoer van passagiers, inclusief het in- en uitstappen. De vervoerder kan alleen aan aansprakelijkheid ontsnappen als het ongeval het gevolg is van omstandigheden die een zorgvuldig vervoerder niet had kunnen voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het veiligheidssysteem van de tram tekortschiet en dat de trambestuurder onvoldoende controleerde of het veilig was om te vertrekken. HTM had, mede gezien eerdere soortgelijke incidenten, extra veiligheidsmaatregelen moeten treffen.
Tegelijk erkende de rechter dat het slachtoffer zelf ook onvoorzichtig was. Hij stak zijn voet bewust tussen de sluitende deuren zonder te controleren of instappen veilig was. Op grond van artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek werd de aansprakelijkheid verdeeld: 50% voor HTM en 50% voor het slachtoffer. Een verzoek tot billijkheidscorrectie van het percentage eigen schuld werd afgewezen, omdat onvoldoende onderbouwd was dat het letsel zo ernstig of blijvend was dat een correctie gerechtvaardigd zou zijn. Het slachtoffer krijgt hierdoor slechts de helft van de schade vergoed.
Juridisch advies
Het correct indienen van een letselschadeclaim bij een openbaarvervoerbedrijf is vaak niet zo eenvoudig als het misschien lijkt. U moet niet alleen aantonen dat de schade is ontstaan tijdens het vervoer, maar ook dat de vervoerder nalatig is geweest of tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Heeft u letsel opgelopen bij een tram-, bus- of treinongeval en wilt u weten of u recht heeft op schadevergoeding? Onze experts kunnen u helpen bij het correct indienen van een letselschadeclaim.