Door: Lisa Fluit
Leestijd: 3 minuten
Een automobilist remt in de schemering voor een overstekend konijn. De achterligger botst op hem. Een klassiek scenario, dat in de praktijk regelmatig tot discussie leidt. Want mag je zomaar hard remmen voor een dier? En is de achteroprijdende automobilist altijd aansprakelijk? In een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 22 januari 2026, komt deze vraag uitgebreid aan de orde. De uitspraak is juridisch interessant, omdat zij opnieuw bevestigt hoe streng de zorgplicht van de achterligger wordt beoordeeld en welke betekenis toekomt aan het aanrijdingsformulier en getuigenverklaringen.
Het ongeval vond plaats op 8 februari 2018 buiten de bebouwde kom, op een weg waar op dat moment een maximumsnelheid van 80 km per uur gold. De voorste bestuurder reed circa 50 kilometer per uur in verband met een bocht en beweging in de groenstrook. Hij zag een dier, remde en het dier stak vervolgens de weg over. Kort daarna werd hij van achteren aangereden.
Op de voorkant van het gezamenlijk ingevulde aanrijdingsformulier stond onder meer dat de voorligger “was braking because of the rabbit” en “was standing still after braking for the crossing rabbit”. De verzekeraar van de achterligger betwistte aansprakelijkheid en stelde dat er sprake was van onnodig hard remmen zonder verkeersnoodzaak. Ook werd een beroep gedaan op eigen schuld in de zin van artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek.
De zaak werd voorgelegd in een deelgeschilprocedure ex artikel 1019w Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering, een laagdrempelige en snelle procedure die specifiek bedoeld is om buitengerechtelijke onderhandelingen in letselschadezaken vlot te trekken.
Bij kop-staartbotsingen is het uitgangspunt in de rechtspraak helder: een achterligger moet voldoende afstand houden om tijdig te kunnen stoppen. Dit volgt uit artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), waarin is bepaald dat een bestuurder zijn voertuig tot stilstand moet kunnen brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.
Daarnaast geldt op grond van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek dat wie een verkeersfout maakt en daardoor schade veroorzaakt, onrechtmatig handelt. Indien de aansprakelijke partij verzekerd is, kan het slachtoffer op grond van artikel 6 Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM) de verzekeraar rechtstreeks aanspreken.
De centrale vraag in deze zaak was of het remmen voor het dier als onverwacht en onnodig moest worden aangemerkt, of dat de achterligger zijn rijgedrag onvoldoende had aangepast aan de verkeerssituatie.
De rechtbank hechtte groot belang aan de voorkant van het aanrijdingsformulier, dat direct na het ongeval door beide partijen was ingevuld en ondertekend. De achterzijde van het formulier, die eenzijdig was ingevuld, werd minder zwaar gewogen. Ook de getuigenverklaringen werden zorgvuldig geanalyseerd.
De rechtbank overwoog dat de voorligger zijn snelheid al had aangepast vanwege een bocht en beweging in de groenstrook. Hij had dus geanticipeerd op een mogelijke gevaarlijke situatie. Dat het dier uiteindelijk daadwerkelijk overstak, maakte het remmen niet onbegrijpelijk of onnodig. Van een plotselinge noodstop zonder aanleiding was geen sprake.
Daarbij speelde mee dat de achterligger verklaarde dat hij “stevig” moest remmen en dat hij ervan uitging dat de voorligger weer zou doorrijden. Juist dat laatste werd hem aangerekend. Een achterligger moet afwachten wat de voorligger doet en mag er niet zonder meer op vertrouwen dat deze zijn remactie beëindigt. De rechtbank oordeelde dat de achterligger onvoldoende afstand had gehouden dan wel onvoldoende had geanticipeerd op de situatie. Daarmee stond vast dat hij een verkeersfout had gemaakt.
Het beroep op eigen schuld van de voorligger werd verworpen. Van onzorgvuldig of onnodig remmen was geen sprake. De aansprakelijkheid werd volledig bij de achterligger en diens WAM-verzekeraar gelegd.
Deze uitspraak past in een lange lijn van rechtspraak waarin de achterligger een zware verantwoordelijkheid draagt. Ook wanneer een voorligger remt voor een dier, een obstakel of een onverwachte situatie, blijft het uitgangspunt dat de achteroprijdende bestuurder voldoende afstand moet houden en moet anticiperen op mogelijk remgedrag.
Dat betekent overigens niet dat een voorligger nooit een verwijt kan worden gemaakt. In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij opzettelijk of volstrekt onnodig abrupt remmen zonder enige aanleiding, kan sprake zijn van (gedeelde) aansprakelijkheid. Maar die lat ligt hoog.
In eerdere blogs van Stipt Letselschade hebben wij al stil gestaan bij de aansprakelijkheid bij kop-staart botsingen en situaties waarin plotseling wordt geremd voor (overstekende) dieren..
Interessant is ook dat de rechtbank de kosten van het deelgeschil begrootte op grond van artikel 1019aa Wetboek van burgerlijke Rechtsvordering. De dubbele redelijkheidstoets werd toegepast: zowel het inschakelen van juridische bijstand als de hoogte van de kosten moeten redelijk zijn. Hoewel aansprakelijkheid werd aangenomen, matigde de rechtbank het aantal opgevoerde uren.
Voor slachtoffers is dit relevant. Ook als een deelgeschil wordt gewonnen, kijkt de rechter kritisch naar de redelijkheid van de opgevoerde kosten. Tegelijkertijd bevestigt deze uitspraak dat het starten van een deelgeschil gerechtvaardigd kan zijn wanneer een verzekeraar aansprakelijkheid ten onrechte blijft betwisten.
Bent u betrokken geweest bij een kop-staartbotsing en wordt aansprakelijkheid betwist? Of stelt de verzekeraar dat u onnodig heeft geremd of (gedeeltelijk) eigen schuld heeft? Dan is het belangrijk om uw juridische positie zorgvuldig te laten beoordelen. De specialisten van Stipt Letselschade hebben ruime ervaring met dergelijke discussies.
Twijfelt u over uw zaak? Doe dan vrijblijvend onze gratis letselschadetest via of maak kennis met onze experts. Wij staan voor u klaar om uw schade te verhalen.