Door: Lisa Fluit
Leestijd: 3 minuten
Een dag op het water kan in een fractie van een seconde omslaan in een ernstig ongeval. Zeker bij het varen met een jetski, waarbij snelheid en wendbaarheid een grote rol spelen, kunnen de gevolgen groot zijn. Maar wat als u tijdens een vakantie betrokken raakt bij een botsing met een andere jetski? Kunt u de andere bestuurder dan aansprakelijk stellen voor uw letselschade?
De Rechtbank Midden-Nederland heeft zich over die vraag uitgesproken in een zaak waarin een vakantie in Marokko eindigde met ernstig handletsel. De uitspraak laat zien dat een schadevergoeding niet vanzelfsprekend is. Wie de aansprakelijkheid wil laten vaststellen, zal de toedracht van het ongeval voldoende moeten kunnen bewijzen.
Tijdens een vakantie in Marokko kwamen twee mannen, die deel uitmaakten van dezelfde reisgroep, met hun jetski’s met elkaar in botsing. Bij het ongeval liep een van de bestuurders zeer ernstig letsel op en verloor hij een pink.
Volgens het slachtoffer voerde de andere bestuurder meerdere gevaarlijke manoeuvres uit om hem nat te spatten en te laten schrikken. Ondanks waarschuwingen zou dit gedrag zijn doorgegaan, totdat de jetski’s uiteindelijk met elkaar in botsing kwamen.
De andere bestuurder schetste echter een heel ander beeld. Volgens hem begon juist het slachtoffer met het uitdagen en natspatten. Hij erkende dat hij daarin kort was meegegaan, maar stelde dat beide bestuurders uiteindelijk tegelijkertijd een manoeuvre maakten, waardoor zij recht op elkaar af voeren. Hij zou nog hebben geprobeerd uit te wijken, maar een aanvaring kon niet meer worden voorkomen.
Wanneer u letsel oploopt door een ongeval op het water, geldt niet automatisch dat de andere bestuurder aansprakelijk is. In veel gevallen wordt de zaak beoordeeld aan de hand van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Dat artikel bepaalt dat iemand aansprakelijk kan zijn wanneer hij een onrechtmatige daad pleegt en daardoor schade veroorzaakt. Daarvoor moet wel worden aangetoond dat de andere bestuurder onzorgvuldig of gevaarzettend heeft gehandeld. Alleen het feit dat een botsing heeft plaatsgevonden, is daarvoor onvoldoende.
In deze procedure stond vooral de vraag centraal hoe het ongeval precies was ontstaan. Het slachtoffer stelde dat de andere bestuurder gevaarlijk had gevaren. De andere bestuurder ontkende dit en gaf een geheel andere lezing van de gebeurtenissen. Omdat het slachtoffer niet aanwezig was tijdens de mondelinge behandeling en er geen onafhankelijke verklaringen, foto’s, videobeelden of andere bewijsmiddelen beschikbaar waren, kon de rechtbank niet vaststellen welke lezing juist was.
Volgens de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust de stelplicht en bewijslast in beginsel op degene die zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stellingen. In dit geval betekende dat dat het slachtoffer voldoende aannemelijk moest maken dat de andere bestuurder onrechtmatig had gehandeld. Dat lukte niet.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende was komen vast te staan dat de andere bestuurder aansprakelijk was voor het ontstaan van het ongeval. Daardoor kon ook geen verklaring voor recht worden gegeven dat hij de letselschade moest vergoeden.
De uitspraak laat zien dat een ernstige verwonding op zichzelf nog niet betekent dat iemand juridisch aansprakelijk is. Er moet voldoende bewijs zijn van de toedracht en van een verwijtbare gedraging van de wederpartij.
Het slachtoffer had de rechtbank verzocht om in een deelgeschil uitspraak te doen over de aansprakelijkheid. Een deelgeschilprocedure, geregeld in de artikelen 1019w tot en met 1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is bedoeld om vastgelopen onderhandelingen tussen partijen weer op gang te brengen.
In deze zaak bleek de procedure daarvoor uiteindelijk niet geschikt. Omdat de feitelijke toedracht van het ongeval niet kon worden vastgesteld en uitgebreid bewijslevering binnen een deelgeschil niet mogelijk is, wees de rechtbank het verzoek af.
Hoewel het verzoek werd afgewezen, moest de rechtbank op grond van artikel 1019aa van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wel de redelijke kosten van de deelgeschilprocedure begroten.
Omdat de aansprakelijkheid niet was vastgesteld, hoefde de wederpartij deze kosten op dit moment nog niet te vergoeden.
Heeft u letsel opgelopen tijdens een jetski-ongeval of een ander watersportongeval? Dan is het verstandig om uw juridische positie zo snel mogelijk te laten beoordelen.
De letselschadespecialisten van Stipt Letselschade helpen u graag bij het beoordelen van uw zaak. Wij onderzoeken de aansprakelijkheid, adviseren u over uw mogelijkheden en begeleiden u gedurende het volledige schaderegelingstraject.