Door: André Rotte
Leestijd: 3 minuten
In de Nederlandse rechtspraak zijn er enkele arresten die een blijvende impact hebben op de juridische wereld. Een voorbeeld daarvan is het Hangmat-arrest. Dit arrest heeft de juridische discussie rondom de aansprakelijkheid van mede-eigenaars van een gebrekkige opstal aanzienlijk beïnvloed en bovendien zijn er praktische implicaties voor huiseigenaren, verzekeraars en juristen. Het Hangmat-I arrest legde de basis voor een nieuw begrip van onderlinge aansprakelijkheid tussen mede-eigenaars. En dat werd uitgewerkt en bevestigd in het Hangmat-II arrest. In deze blog richten we ons specifiek op het Hangmat-II arrest en leggen we de link met het oorspronkelijke Hangmat-I arrest. Ook vertellen we hoe deze arresten zich verhouden tot aansprakelijkheid voor dieren.
Hangmat-arrest I
Het Hangmat-arrest I behandelde de onderlinge aansprakelijkheid van mede-eigenaars van een gebrekkige opstal. Het ging daarbij, zoals de naam van het arrest misschien al doet vermoeden, om een incident met een hangmat waarbij een van de eigenaars gewond raakte. De Hoge Raad besliste dat mede-eigenaars elkaar aansprakelijk kunnen stellen voor schade veroorzaakt door een gebrekkige opstal, ook al bezitten zij deze gezamenlijk.
Wat er vooraf ging aan Hangmat-arrest II
In dit arrest ging het evenwel niet om een kwestie met een hangmat. De eiseres in deze zaak runde samen met haar echtgenoot een manege in Heemstede waar paardrijlessen werden gegeven. Vanwege de werkverdeling was overeengekomen dat de eiseres 40% van de winst ontvangt en haar echtgenoot 60%.
Op 13 mei 2011 had de eiseres een ongeval tijdens het geven van paardrijles in de buitenbak. Toen ze de buitenbak wilde verlaten, schrok een van de lespaarden waardoor het paard de eiseres omver liep. Hierbij brak de eiseres haar rechterheup en scheurde ze de spieren in haar rechterdijbeen. Het gevolg: beperkte inzetbaarheid in de manege. Vanwege het verlies aan verdienvermogen stelde ze Delta Lloyd (de verzekeraar van haarzelf en haar echtgenoot) aansprakelijk omdat haar echtgenoot ten tijde van het ongeval de bedrijfsmatige gebruiker van het paard was.
Hangmat-arrest II
Het Hangmat-arrest II bouwt voort op de principes van Hangmat I. Er worden in dit arrest twee prejudiciële vragen (rechtsvragen van een rechter aan de Hoge Raad over de uitleg van een rechtsregel) gesteld.
Vraag één betreft aansprakelijkheid voor risico. Geldt dit naast een gedeelde aansprakelijkheid voor opstal ook voor dieren? De Hoge Raad oordeelde van niet. Het risico op schade door een gebrek aan een opstal wordt niet beschouwd als een risico dat bekend moet zijn bij het slachtoffer. Dit geldt ook voor mede-eigenaren van een opstal. Voor de eigenaar van een dier ligt dit anders. Het houden van dieren brengt sowieso al een risico met zich mee.
De tweede prejudiciële vraag ging over aansprakelijkheid van personen die bedrijfsmatig (mede)bezitter zijn van een dier. Die bedrijfsmatige opzet doet niks af aan het antwoord op vraag één. Het feit dat het slachtoffer als bedrijfsmatige medegebruiker profijt heeft van het dier vormt zelfs een extra argument voor afwijzing. Bovendien is het logisch dat bedrijfsmatige gebruikers de risico’s beperken door een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.
Vergelijking van de Casusposities
Letselschade door dieren en juridische bijstand
Wilt u meer informatie over letselschade door dieren, lees dan onze blog over de schadevergoeding na een ongeval met een dier en onze blog over een botsing door het remmen voor overstekende dieren.
Wilt u meer weten over het Hangmat-arrest of de gevolgen ervan? Dan raden we u aan contact op te nemen met een van onze experts.