Door: Lisa Fluit
Leestijd: 3 minuten
In letselschadezaken proberen partijen vaak tot een regeling te komen zonder langdurige procedures. Dat gebeurt meestal via een vaststellingsovereenkomst. Maar wat als partijen denken dat zij een akkoord hebben bereikt, terwijl achteraf discussie ontstaat over de precieze inhoud van die afspraken?
Die vraag stond centraal in een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. De rechtbank moest beoordelen of tussen een slachtoffer en verzekeraar Achmea daadwerkelijk een bindende vaststellingsovereenkomst tot stand was gekomen, inclusief finale kwijting voor buitengerechtelijke kosten.
De zaak ontstond na een verkeersongeval waarbij het slachtoffer letsel had opgelopen. Tijdens de onderhandelingen deden partijen verschillende voorstellen over de afwikkeling van de schade. Daarbij speelde vooral de vraag of ook de buitengerechtelijke kosten van de belangenbehartiger onder de regeling vielen. Volgens de verzekeraar was sprake van finale kwijting: met de afgesproken betaling zouden alle schadeposten zijn afgehandeld. Het slachtoffer dacht daar anders over en stelde dat de buitengerechtelijke kosten juist buiten de regeling vielen. De rechtbank moest daardoor terug naar de kern van het overeenkomstenrecht: hebben partijen daadwerkelijk hetzelfde bedoeld en mochten zij erop vertrouwen dat overeenstemming was bereikt?
Bij een vaststellingsovereenkomst geldt niet alleen wat letterlijk op papier staat. Ook de bedoeling van partijen en de context van de onderhandelingen spelen een belangrijke rol. Dat volgt uit artikel 7:900 BW en de algemene regels van aanbod en aanvaarding.
Juist in letselschadezaken is dat belangrijk. Begrippen als “finale kwijting” lijken soms standaardformuleringen, maar kunnen verstrekkende gevolgen hebben. Zodra finale kwijting wordt verleend, kan een slachtoffer in beginsel later geen aanvullende schadevergoeding meer vorderen.
De rechtbank keek daarom nauwkeurig naar de correspondentie tussen partijen. Daarbij bleek dat de formulering van de kwijting ruimer was dan het oorspronkelijke voorstel van het slachtoffer. Volgens de rechtbank moest die reactie juridisch worden gezien als een tegenaanbod en niet als een zuivere aanvaarding. Daardoor was uiteindelijk geen volledige overeenkomst tot stand gekomen.
In letselschadezaken ontstaan regelmatig discussies over buitengerechtelijke kosten. Dat zijn bijvoorbeeld de kosten van juridische bijstand, medisch advies of schaderegeling buiten de procedure om. Op grond van artikel 6:96 BW kunnen deze kosten worden vergoed. Toch blijkt in de praktijk dat verzekeraars en belangenbehartigers hier regelmatig verschillend naar kijken. Het gaat dan met name om de zogeheten tweede redelijkheidstoets; is de omvang de gevorderde buitengerechtelijke kosten redelijk.
Wat deze uitspraak vooral duidelijk maakt, is dat finale kwijting niet snel mag worden aangenomen wanneer daarover nog onduidelijkheid bestaat. Zeker niet in letselschadezaken, waar de financiële en medische gevolgen vaak langdurig zijn.
De rechtbank benadrukt daarmee impliciet een belangrijk uitgangspunt: partijen moeten daadwerkelijk overeenstemming hebben bereikt over alle essentiële onderdelen van de regeling. Ontbreekt die duidelijkheid, dan kan niet zomaar worden aangenomen dat een slachtoffer afstand heeft gedaan van verdere aanspraken.
Voor slachtoffers is dat een belangrijk signaal. Een regeling tekenen zonder volledige duidelijkheid over de inhoud kan grote financiële gevolgen hebben.
Deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam laat zien hoe zorgvuldig rechters kijken naar onderhandelingen in letselschadezaken. Niet alleen de uiteindelijke tekst telt, maar ook de vraag hoe partijen elkaars verklaringen redelijkerwijs mochten begrijpen.
Daarmee bevestigt de rechtbank dat finale kwijting geen formaliteit is, maar een juridisch zwaarwegende afspraak die helder en ondubbelzinnig moet zijn vastgelegd.
Heeft u letselschade en ontvangt u een regeling van een verzekeraar? Dan is het verstandig om goed te laten beoordelen wat precies onder de overeenkomst valt. Begrippen als “eindregeling” en “finale kwijting” kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor toekomstige schadeposten en juridische kosten.
De specialisten van Stipt Letselschade kunnen u helpen bij het toetsen van de reikwijdte van een (concept) vaststellingsovereenkomst. Neem gerust contact op voor vrijblijvend advies.