Door: Lisa Fluit
Leestijd: 3 minuten
Een ooglaserbehandeling wordt vaak gepresenteerd als een snelle en veilige oplossing voor het dragen van een bril of contactlenzen. Maar wat als een patiënt na de behandeling blijvende klachten ontwikkelt en achteraf blijkt dat hij niet volledig is geïnformeerd over de risico’s? Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft zich hierover uitgesproken in een arrest van 25 november 2025. De uitspraak onderstreept het grote belang van de informatieplicht van zorgverleners en laat zien welke verstrekkende gevolgen een schending daarvan kan hebben.
De zaak draait om een patiënt die in 2016 een ooglaserbehandeling onderging bij Vision Oogzorg in Amsterdam. Na de behandeling ontwikkelde hij ernstige klachten, waaronder het droge ogen syndroom en visusproblemen. Omdat de resultaten tegenvielen, volgde in 2017 een herbehandeling van beide ogen. De klachten verdwenen echter niet. Integendeel, de situatie verslechterde. Naast de reeds bestaande klachten ontstond na de herbehandeling een overcorrectie van het rechteroog. De patiënt stelde daarop de oogkliniek aansprakelijk voor de schade die hij als gevolg van beide behandelingen had geleden.
Centraal in deze zaak staat de wettelijke informatieplicht van de zorgverlener. Op grond van artikel 7:448 Burgerlijk Wetboek moet een patiënt voorafgaand aan een behandeling tijdig en volledig worden geïnformeerd over de aard van de behandeling, de risico’s, mogelijke alternatieven en de te verwachten gevolgen. Alleen dan kan sprake zijn van een weloverwogen toestemming voor een medische ingreep.
Daarnaast rust op een zorgverlener op grond van artikel 7:453 Burgerlijk Wetboek de verplichting om de zorg van een goed hulpverlener in acht te nemen. Dat betekent onder meer dat noodzakelijke onderzoeken moeten worden uitgevoerd voordat een behandeling plaatsvindt. Volgens het hof heeft Vision Oogzorg op beide punten tekortgeschoten.
Het hof stelt vast dat de kliniek voorafgaand aan de behandeling heeft nagelaten om een onderzoek naar de traanfilm en de traanvochtproductie uit te voeren. Een dergelijke test was volgens de destijds geldende kwaliteitsnormen van de Consensus Refractiechirurgie wel vereist.
Juist dit onderzoek had kunnen uitwijzen of de patiënt een verhoogd risico liep op het ontwikkelen van droge ogen klachten na de behandeling. Omdat het onderzoek nooit heeft plaatsgevonden, kan achteraf niet meer worden vastgesteld hoe groot dat risico daadwerkelijk was.
Die onzekerheid komt volgens het hof volledig voor rekening van de kliniek. Een zorgverlener die noodzakelijke onderzoeken achterwege laat, kan zich later niet beroepen op het ontbreken van gegevens die hij zelf had moeten verzamelen. Daar komt bij dat de patiënt onvoldoende was geïnformeerd over de kans op blijvende droge ogen klachten. Uit het deskundigenonderzoek bleek dat sprake was van een reële kans op blijvende schade, aanzienlijk groter dan de kliniek vooraf had voorgespiegeld.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat Vision Oogzorg voor 60 procent aansprakelijk was. Daarbij werd uitgegaan van proportionele aansprakelijkheid, omdat volgens de rechtbank niet met zekerheid kon worden vastgesteld of de klachten uitsluitend door de behandeling waren veroorzaakt.
Het hof komt tot een andere conclusie. Volgens het hof zou een redelijk handelend en goed geïnformeerde patiënt in deze situatie hebben afgezien van de behandeling wanneer hij correct was geïnformeerd over de risico’s. Daarmee is het causaal verband tussen de schending van de informatieplicht en de opgetreden schade gegeven.
Bovendien blijkt uit het deskundigenrapport dat de droge ogen klachten waarschijnlijk niet zouden zijn ontstaan zonder de uitgevoerde behandeling. Het natuurlijke risico op het ontstaan van deze klachten is volgens het hof onvoldoende groot om een deel van de schade voor rekening van de patiënt te laten.
Het gevolg is dat de kliniek niet slechts gedeeltelijk, maar volledig aansprakelijk wordt gehouden voor de schade die uit de behandelingen is voortgevloeid.
Het hof oordeelt daarnaast dat de herbehandeling in 2017 rechtstreeks voortvloeide uit de tekortkomingen bij de oorspronkelijke behandeling. Omdat deze tweede ingreep noodzakelijk werd geacht om de gevolgen van de eerste behandeling te herstellen, komen ook de schade en complicaties die daaruit zijn ontstaan voor rekening van de kliniek.
De overcorrectie van het rechteroog wordt daarom eveneens toegerekend aan Vision Oogzorg.
Deze uitspraak bevestigt opnieuw dat de informatieplicht geen formaliteit is, maar een fundamenteel onderdeel van de geneeskundige behandelingsovereenkomst. Patiënten moeten voorafgaand aan een medische ingreep voldoende informatie ontvangen om een weloverwogen keuze te kunnen maken.
Wanneer een zorgverlener essentiële risico’s onvoldoende bespreekt of noodzakelijke onderzoeken achterwege laat, kan dit leiden tot volledige aansprakelijkheid voor de gevolgen van de behandeling. Eventuele onzekerheden over het medische risico of het causaal verband kunnen daarbij voor rekening van de zorgverlener komen.
Heeft u na een medische behandeling klachten ontwikkeld en twijfelt u of u vooraf voldoende bent geïnformeerd over de risico’s? Of vermoedt u dat een arts, ziekenhuis of kliniek onvoldoende onderzoek heeft verricht voordat een behandeling plaatsvond? Dan kan sprake zijn van medische aansprakelijkheid.
De specialisten van Stipt Letselschade beoordelen graag of een zorgverlener mogelijk tekort is geschoten in zijn informatieplicht of zorgplicht en of u recht heeft op een schadevergoeding. Twijfelt u over uw situatie? Doe dan vrijblijvend de gratis letselschadetest. Binnen enkele minuten krijgt u inzicht in uw mogelijkheden en kunt u desgewenst direct contact opnemen met een van onze specialisten.