Door: André Rotte
Leestijd: 4 minuten
Een rustige buitenrit te paard kan voor veel ruiters het hoogtepunt van de dag zijn, maar in een recent behandelde zaak door de Rechtbank Midden-Nederland verliep zo’n rit volledig anders dan verwacht. De ruiter in kwestie reed samen met een vriendin langs een gebied waar honden zonder riem mochten rondlopen. Terwijl ze rustig verder reden, stormde plotseling een hond blaffend op haar paard af. Het dier schrok hevig, maakte een onverwachte beweging en de ruiter viel hard op de grond. Het letsel was aanzienlijk: een gebroken ruggenwervel, een hersenschudding en langdurige fysieke beperkingen. De vraag die daarna centraal stond, was wie verantwoordelijk is voor deze schade: de hondenbezitter, of draagt de ruiter zelf ook een deel van de verantwoordelijkheid?
De hond bleek niet door de eigenaar zelf te zijn uitgelaten, maar door een bekende van hem. Toch richtte de ruiter haar aansprakelijkstelling tot de hondenbezitter, omdat deze volgens de wet verantwoordelijk is voor door zijn dier veroorzaakte schade. De verzekeraar erkende die aansprakelijkheid, maar stelde dat de ruiter de helft van de schade zelf moest dragen vanwege eigen schuld. Omdat de ruiter het daar niet mee eens was, kwam de zaak aan bod in een deelgeschilprocedure.
Het juridisch kader: risicoaansprakelijkheid en eigen schuld
In deze zaak stonden twee bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek centraal. Artikel 6:179 Burgerlijk Wetboek regelt de risicoaansprakelijkheid van dierenbezitters. De wetgever gaat ervan uit dat dieren een eigen energie en eigen onberekenbaar gedrag hebben. Daarom moet de bezitter het risico dragen voor schade die voortvloeit uit het gedrag van zijn dier, ook wanneer hij zelf geen verwijt treft. Dit betekent in de praktijk dat een hondenbezitter doorgaans aansprakelijk is wanneer zijn hond schade veroorzaakt, ongeacht of hij die schade had kunnen voorkomen.
Daarnaast was artikel 6:101 Burgerlijk Wetboek van belang. Dit artikel bepaalt dat de schadevergoeding kan worden verminderd wanneer het slachtoffer zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van de schade. De rechter beoordeelt dan in welke mate de schade te wijten is aan het handelen of nalaten van de benadeelde.
Op basis van die afweging kan een percentage eigen schuld worden vastgesteld. De rechter mag vervolgens, wanneer de omstandigheden dat rechtvaardigen, afwijken van die verdeling door middel van de billijkheidscorrectie. Ernstig letsel, financiële gevolgen of verzekeringssituaties kunnen aanleiding zijn om een slachtoffer toch een grotere vergoeding toe te kennen dan strikt op basis van causaliteit passend zou zijn.
De standpunten van beide partijen
Hoewel beide partijen het erover eens waren dat de hondenbezitter aansprakelijk was op basis van artikel 6:179 Burgerlijk Wetboek, ontstond discussie over de vraag in hoeverre de ruiter zelf een rol had gespeeld in het ontstaan van het ongeval. De verzekeraar stelde dat van een ervaren ruiter mag worden verwacht dat zij rekening houdt met het risico dat paarden kunnen schrikken, zeker in een gebied waar honden vrij rondlopen. Volgens de verzekeraar had de ruiter dit risico bewust genomen en moest zij daarom de helft van haar eigen letselschade voor eigen rekening nemen.
De ruiter vond dat verwijt ongegrond. Zij stelde dat zij volledig zorgvuldig had gehandeld. In plaats van het paard verder op te jagen, had zij juist geprobeerd het dier te kalmeren door het naar de hond toe te draaien. Dat zij niet was afgestapt, vond zij logisch en verantwoord, omdat afstappen in zo’n gespannen situatie gevaarlijk had kunnen zijn.
Hoe oordeelde de rechter?
De rechtbank kwam tot een meer genuanceerde beoordeling. Zij erkende dat paardrijden inherent risico’s met zich meebrengt en dat een paard kan schrikken van onverwachte gebeurtenissen. Dat feit, in combinatie met het rijden in een hondenlosloopgebied, brengt mee dat een klein deel van het risico op schade zich in de sfeer van de ruiter bevindt. Toch vond de rechtbank de mate van eigen schuld beperkt.
De ruiter had namelijk juist adequaat en bedachtzaam gereageerd op de situatie. Door haar paard te proberen te kalmeren, handelde zij zorgvuldig en voorkwam zij mogelijk verdere escalatie. De stelling dat de ruiter had moeten afstappen, wees de rechtbank af. In de gegeven omstandigheden was dat geen veilige of realistische optie.
De oorzaak van het ongeval lag volgens de rechtbank vooral bij het gedrag van de hond en de wijze waarop deze werd uitgelaten. De hond stormde zonder enige controle en al blaffend op de paarden af. De uitlater was niet in staat om het dier tegen te houden of te corrigeren. Dat de hond niet door de eigenaar zelf, maar door een derde werd uitgelaten, maakt daarbij geen verschil. De risicoaansprakelijkheid is juist bedoeld om dit soort situaties te dekken.
De rechtbank stelde eerst een causale verdeling vast waarin 80 procent van de schade werd toegerekend aan de hondenbezitter en 20 procent aan de ruiter. Vervolgens keek de rechter naar de billijkheidscorrectie. De ernst van het letsel, de impact op het dagelijks leven van de ruiter en het gegeven dat de hondenbezitter verzekerd is, waren voor de rechtbank aanleiding om deze causale verdeling aan te passen. Uiteindelijk kwam de rechter tot het oordeel dat de hondenbezitter 90 procent van de schade moet vergoeden en dat 10 procent voor rekening van de ruiter blijft.
Waarom deze uitspraak van belang is
Deze uitspraak benadrukt opnieuw hoe ver de aansprakelijkheid van dierenbezitters reikt onder het Nederlandse recht. Ook wanneer een dier onverwacht gedrag vertoont zonder dat de eigenaar daarin nalatig is geweest, blijft de bezitter in principe aansprakelijk. Tegelijkertijd laat de uitspraak zien dat slachtoffers niet automatisch volledige schadevergoeding ontvangen. De rechter kijkt altijd naar de specifieke omstandigheden van het geval en beoordeelt in hoeverre beide partijen een rol hebben gespeeld in het ontstaan van het ongeval. Waar nodig past de rechter de billijkheidscorrectie toe om tot een rechtvaardige verdeling te komen, zeker wanneer ernstig letsel in het spel is.
Juridisch advies nodig?
Wanneer u letselschade heeft opgelopen door een ongeval met een dier, is het verstandig om tijdig juridisch advies in te winnen. Een juiste analyse van uw situatie kan het verschil maken tussen gedeeltelijke en volledige schadevergoeding. Wilt u direct weten waar u mogelijk recht op heeft, dan kunt u de letselschadetest van Stipt Letselschade invullen en contact opnemen met onze experts.