• Landelijk werkzaam
  • Persoonlijk bezoek
  • Één vast aanspreekpunt
  • Gratis rechtshulp

Levensveranderend letsel en wonen: wanneer wordt een duurdere woning een juridisch vraagstuk?

Door: André Rotte
Leestijd: 4 minuten

Een ernstig ongeval kan grote gevolgen hebben voor het dagelijks leven. Soms zijn die gevolgen zo ingrijpend dat zelfs de eigen woning niet langer geschikt is. Denk aan situaties waarin iemand door letselschade rolstoelafhankelijk wordt en trappen, smalle doorgangen of badkamers onoverkomelijke obstakels vormen. Als aanpassen van de bestaande woning geen optie is, rest vaak maar één mogelijkheid: verhuizen.

In de praktijk leidt dat regelmatig tot discussie. Wie draait op voor de kosten van een andere woning? En wat als een geschikte, aangepaste woning aanzienlijk duurder is dan de oude? Over precies die vragen boog de Rechtbank Midden-Nederland zich in een inmiddels al wat oudere maar juridisch gezien niet minder interessante beschikking van 27 oktober 2021.

De achtergrond van de zaak
In februari 2015 raakt een gezin betrokken bij een verkeersongeval. De gevolgen voor de vrouw in het gezin zijn dramatisch: zij loopt een volledige dwarslaesie op en is sindsdien permanent rolstoel-gebonden en afhankelijk van zorg. De verzekeraar van de aansprakelijke automobilist, ASR, erkent aansprakelijkheid voor het ongeval.

Opvallend is dat het gezin slechts twee maanden vóór het ongeval een woning had gekocht. Die woning bleek door het letsel niet langer geschikt. Aanpassing was niet mogelijk, waardoor verhuizen noodzakelijk werd. Partijen waren het erover eens dat een andere woning nodig was en schakelden gezamenlijk een deskundig bureau in om een passende woning te vinden.

Die woning werd gevonden, maar had wel een veel hogere waarde. ASR verstrekte een voorschot van € 400.000,00 zodat het slachtoffer de aangepaste woning kon kopen. Het verschil in waarde tussen de oude en de nieuwe woning bedroeg € 305.000,00. Daarmee was de kernvraag geboren: is die meerwaarde schade of een voordeel?

Het juridische twistpunt: schade of voordeel?
Volgens ASR was sprake van verrijking. Door de bijdrage van de verzekeraar was het slachtoffer eigenaar geworden van een aanzienlijk duurdere woning. Dat zou betekenen dat zij er financieel op vooruit was gegaan. ASR wilde dit bedrag daarom verrekenen met de schadevergoeding, met een beroep op artikel 6:100 Burgerlijk Wetboek, het artikel dat voordeeltoerekening regelt.

Het slachtoffer zag dat anders. Zij stelde dat de hogere woningwaarde onlosmakelijk verbonden was met het ongeval en noodzakelijk om überhaupt passend te kunnen wonen. Volgens haar was er geen sprake van een daadwerkelijk voordeel en mocht de meerwaarde dus niet worden verrekend.

Omdat partijen hier niet uitkwamen, legden zij de kwestie voor aan de rechtbank.

 Het uitgangspunt van het schadevergoedingsrecht
De rechtbank begint haar beoordeling bij een fundamenteel principe: degene die aansprakelijk is voor een ongeval moet de volledige schade vergoeden die daaruit voortvloeit. Dat betekent dat het slachtoffer zoveel mogelijk in de situatie moet worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd als het ongeval niet was gebeurd.

Vast stond dat de verhuizing noodzakelijk was en direct verband hield met het letsel. Ook was in confesso dat de nieuwe woning geschikt was en dat het verschil in waarde € 305.000,00 bedroeg.

Het waardeverchil als onderdeel van de schade
De rechtbank oordeelde dat het verschil in waarde tussen de oude en de nieuwe woning wél schade is. Zonder vergoeding van dat verschil zou het slachtoffer feitelijk niet in staat zijn geweest een geschikte woning te betrekken. Dat zou betekenen dat zij de gevolgen van het ongeval deels zelf zou moeten dragen, wat haaks staat op het uitgangspunt van volledige schadevergoeding.

Het enkele feit dat de nieuwe woning duurder is, maakt die kosten nog niet tot een voordeel.

Leven in een duurdere woning is geen voordeel
Vervolgens keek de rechtbank naar de vraag of het wonen in een grotere en duurdere woning als voordeel moet worden aangemerkt. Die vraag beantwoordde zij ontkennend. Het slachtoffer woont niet luxer dan zij zonder ongeval zou hebben gedaan, maar woont aangepast aan haar beperkingen. De duurdere woning is geen verbetering van levensstandaard, maar een noodzakelijke voorwaarde om überhaupt zelfstandig te kunnen wonen.

Daarom levert het feitelijk gebruik van de woning volgens de rechtbank geen financieel voordeel op dat voor verrekening in aanmerking komt.

Vermogensvermeerdering: theoretisch voordeel, maar geen realiteit
Wel erkent de rechtbank dat het bezit van een duurdere woning in abstracte zin kan leiden tot een hoger vermogen. Dat zou een voordeel kunnen zijn, maar alleen als dat voordeel daadwerkelijk wordt gerealiseerd of redelijkerwijs te verwachten is.

In dit geval was dat niet vast te stellen. Of en wanneer de woning verkocht zou worden, tegen welke prijs en of er überhaupt winst zou worden gemaakt, was onzeker. De huizenmarkt fluctueert en een toekomstige waardestijging of -daling laat zich niet voorspellen. Zolang het voordeel slechts theoretisch bestaat, mag het niet worden verrekend.

De rechtbank benadrukt dat voordeeltoerekening alleen aan de orde is als het slachtoffer het voordeel daadwerkelijk geniet of naar verwachting zal genieten. Dat was hier niet het geval.

Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank concludeert dat verrekening van de meerwaarde niet redelijk is. Het verschil in woningwaarde vormt schade die door het ongeval is veroorzaakt en volledig moet worden vergoed. ASR mag dit bedrag niet aanmerken als verrekenbaar voordeel.

Het verzoek van het slachtoffer wordt toegewezen en het tegenverzoek van ASR wordt afgewezen.

Het belang van deze uitspraak
Deze uitspraak onderstreept dat voordeeltoerekening geen automatisme is. Zelfs als er op papier sprake lijkt van een voordeel, betekent dat nog niet dat verrekening is toegestaan. Doorslaggevend is of het slachtoffer dat voordeel daadwerkelijk geniet en of verrekening niet leidt tot een onvolledige schadevergoeding.

De beslissing sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad en biedt belangrijke duidelijkheid voor letselschadezaken waarin aangepaste huisvesting noodzakelijk is.

Heeft u vragen over letselschade of over de vergoeding van woonkosten na een ongeval? Dan is het raadzaam om tijdig juridisch advies in te winnen bij één van onze letselschade experts.

Over André Rotte

"Mensen persoonlijk en betrokken bijstaan, zodat hun leven weer zoveel mogelijk wordt als voor hun letselschade. Dat vind ik mooi." Na mijn rechtenstudie en functies bij verzekeraars internationale expertisebureaus werk ik sinds 2010 als belangenbehartiger voor slachtoffers van letselschade. Ik ben NIVRE-registerexpert en lid van het Nederlands Instituut van Schaderegelaars. Dat zorgt ervoor dat ik altijd op de hoogte ben van belangrijke ontwikkelingen op het gebied van letselschaderegeling. In mijn eerste baan bij een verzekeraar leerde ik dat persoonlijk contact enorm belangrijk is wanneer je slachtoffers van letselschade helpt en dat een tevreden klant je doelstelling is. Dat én mijn ervaring en kennis maakt dat u de behandeling van uw letselschadeclaim met een gerust hart aan mij kunt overlaten.

Meer blogs van André Rotte Bekijk profiel op LinkedIN
Gratis hulp en advies
  • Binnen 24 uur contact
  • Eén vast aanspreekpunt
  • Persoonlijke aanpak
  • Gratis rechtshulp
  • Landelijk werkzaam

    Gratis hulp en advies
    (c) copyright Stipt letselschade | Klachtenregeling | Algemene Voorwaarden | Sitemap | Privacyverklaring