Door: Lisa Fluit
Leestijd: 4 minuten
Wanneer u na een ongeval letselschade lijdt, moet u veel persoonlijke informatie delen met de verzekeraar van de aansprakelijke partij. Uw medische situatie, uw werk, uw inkomen en soms zelfs aspecten van uw privéleven worden onderdeel van het letselschadedossier. Dat voelt vaak al ingrijpend genoeg. Maar wat gebeurt er wanneer een verzekeraar twijfelt aan de juistheid van de verstrekte informatie? Mag deze dan zomaar een persoonlijk onderzoek instellen, bijvoorbeeld door u heimelijk te laten observeren?
Een uitspraak van de rechtbank Limburg geeft hierover belangrijke duidelijkheid. In deze zaak had een verzekeraar gedurende twee weken observaties laten uitvoeren, zonder dat het slachtoffer daarvan wist. De rechtbank moest beoordelen of dit onderzoek rechtmatig was en of het verkregen materiaal gebruikt mocht worden in de letselschadebeoordeling.
Het ongeval en de twijfels van de verzekeraar
Het slachtoffer in deze zaak was betrokken bij een verkeersongeval terwijl hij op zijn motor reed. De verzekeraar erkende de aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeluk. Het slachtoffer had een eigen bedrijf en kon door zijn letsel geen werkzaamheden meer uitvoeren, waardoor de schade snel opliep. Om die schade te kunnen begroten vroeg de verzekeraar om uitgebreide informatie over de bedrijfsvoering, inkomsten en beperkingen.
Uit die informatie trok de verzekeraar echter de conclusie dat er tegenstrijdigheden waren. Het slachtoffer zou enerzijds hebben aangegeven volledig arbeidsongeschikt te zijn, maar hield zijn bedrijf wel in stand. Verder zou hij hebben gezegd dat hij door zijn fysieke beperkingen niet meer kon klussen in zijn woning, terwijl elders uit correspondentie zou blijken dat hij al grote delen zelf had opgeknapt. De verzekeraar vond de antwoorden onduidelijk, had aanvullende informatie opgevraagd en kreeg niet alles aangeleverd. Dit geheel leidde tot de verdenking dat het slachtoffer mogelijk niet volledig eerlijk was over zijn situatie.
In plaats van minder ingrijpende controlemogelijkheden te benutten, besloot de verzekeraar een observatieonderzoek te starten. Gedurende vijftien dagen werd het slachtoffer stiekem gevolgd en gefilmd. Hij had geen idee dat dit gebeurde.
Het deelgeschil: verzoek om het onderzoek onrechtmatig te verklaren
De situatie escaleerde toen het slachtoffer ontdekte dat hij heimelijk was geobserveerd. In een deelgeschilprocedure vroeg hij de rechtbank te bepalen dat het onderzoek in strijd was met de geldende normen voor verzekeraars en dat het verkregen materiaal niet mocht worden gebruikt.
Hij stelde dat de verzekeraar de Gedragscode Persoonlijk Onderzoek had overtreden. Die gedragscode schrijft onder meer voor dat een verzekeraar alleen in zeer uitzonderlijke gevallen mag overgaan tot observatie, en dat zij altijd moet kunnen uitleggen welke belangenafweging is gemaakt, wie het besluit heeft genomen en waarom minder ingrijpende onderzoeksmethoden niet volstonden. Volgens het slachtoffer was niks daarvan gebeurd. Hij kreeg slechts algemene opmerkingen over inconsistenties te horen, maar geen concrete onderbouwing.
Daarbij kwam dat het slachtoffer vond dat observatie nooit een geschikt middel was om financiële of administratieve vragen te beantwoorden. Als de verzekeraar twijfelde aan zakelijke informatie, had zij accountants, opdrachtgevers of andere derden kunnen benaderen. Ook had zij medische informatie kunnen opvragen of aanvullende gesprekken kunnen voeren. Observatie bood geen antwoord op die vragen en vormde volgens het slachtoffer een ernstige inbreuk op zijn privéleven.
Het standpunt van de verzekeraar
De verzekeraar verdedigde zich door te stellen dat het onderzoek noodzakelijk was. Volgens haar was het niet mogelijk om de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie op een andere manier te verifiëren. Zij benadrukte dat zij wel degelijk had aangegeven waarom zij twijfels had en dat zij op grond daarvan reden zag om een persoonlijk onderzoek te starten. Ook stelde de verzekeraar dat het onderzoek proportioneel was en dat het slachtoffer vooraf was geïnformeerd over de aanleiding voor twijfel, al werd hem niet verteld dat observatie zou plaatsvinden.
Het oordeel van de rechtbank: regels geschonden, onderzoek onrechtmatig
De rechtbank maakte korte metten met de stelling dat de verzekeraar zorgvuldig had gehandeld. Het bleek namelijk dat er geen opdrachtbrief was, geen duidelijke vastlegging van de doelen en geen document waaruit bleek wie het besluit had genomen. De rechter kon daardoor niet controleren of aan de gedragsregels was voldaan, waardoor werd aangenomen dat dit niet het geval was.
Ook wees de rechtbank erop dat observatie in dit geval helemaal niet geschikt was om de onduidelijkheden op te lossen. De vragen die de verzekeraar had, hadden betrekking op administratie, medische belastbaarheid en zakelijke activiteiten. Het volgen van iemand op straat of bij zijn woning kon die informatie nooit opleveren. Daarmee was het middel niet alleen onnodig ingrijpend, maar ook ineffectief. Die combinatie leidde ertoe dat het onderzoek in strijd was met het subsidiariteitsprincipe: u mag een zwaar middel pas inzetten wanneer mildere middelen geen oplossing bieden.
De rechter concludeerde dan ook dat het onderzoek onrechtmatig was en dat het verkregen materiaal niet mag worden gebruikt. Dat is bijzonder, omdat rechters onrechtmatig verkregen bewijs vaak toch toelaten, tenzij er sprake is van bijkomende omstandigheden. In deze zaak vond de rechtbank die omstandigheden aanwezig, mede omdat de verzekeraar zelf die gedragsregels heeft opgesteld via het Verbond van Verzekeraars en zich er dus strikt aan moet houden.
Juridische gevolgen van deze uitspraak
De uitspraak wijst uit dat een verzekeraar niet ongelimiteerd informatie mag verzamelen wanneer u een letselschadeclaim indient. Ook bij vermoedens van fraude gelden strikte regels. Als uw privacy wordt geschonden zonder dat een verzekeraar zorgvuldig handelt, kunnen rechterlijke consequenties volgen, tot en met uitsluiting van bewijs.
Het is bovendien belangrijk te beseffen dat u als slachtoffer niet rechteloos bent wanneer een verzekeraar u confronteert met een fraudeonderzoek. U mag van de verzekeraar volledige transparantie verwachten, een heldere uitleg van de aanleiding en een keuze voor het minst ingrijpende middel.