Door: André Rotte
Leestijd: 3 minuten
Wie door een verkeersongeval letsel oploopt, heeft in beginsel recht op vergoeding van de schade. Dat geldt ook voor gemiste inkomsten. Maar hoe werkt dat als u zelfstandige bent, bijvoorbeeld als advocaat, consultant of interim professional, en uw inkomen niet vaststaat maar afhankelijk is van opdrachten en declarabele uren? De vraag wat u zonder ongeval zou hebben verdiend, is dan allesbehalve eenvoudig.
Een uitspraak van de rechtbank Amsterdam laat zien hoe rechters omgaan met dit soort situaties. In de zaak stond een zelfstandig werkende advocaat centraal die na een ongeval langdurig arbeidsongeschikt raakte en een forse arbeidsvermogensschade claimde. De uitspraak maakt duidelijk welke eisen aan de onderbouwing van zo’n vordering worden gesteld.
De achtergrond van de zaak
De advocaat raakte op 8 december 2022 betrokken bij een verkeersongeval op de snelweg, waarbij haar auto werd aangereden door een vrachtwagen met een Pools kenteken. Als gevolg van de botsing liep zij onder meer een hersenschudding en nekklachten op. De verzekeraar van de vrachtwagen erkende de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval.
Door haar klachten kon zij geruime tijd niet werken. Pas halverwege 2023 pakte zij haar werkzaamheden voorzichtig weer op en vanaf januari 2024 was zij weer volledig inzetbaar. In de periode daartussen liep zij naar eigen zeggen aanzienlijke inkomsten mis.
De advocaat begrootte haar schade door verlies aan verdienvermogen op ruim drie ton. De verzekeraar had al voorschotten uitgekeerd, maar betwistte de omvang van de resterende vordering.
Het standpunt van de advocaat
Volgens de advocaat moest haar inkomensschade concreet worden vastgesteld. Zij stelde dat zij vóór het ongeval al toezeggingen had van enkele opdrachtgevers voor interim juridische werkzaamheden. Daarnaast zouden er zonder ongeval waarschijnlijk ook andere gesprekken hebben geleid tot nieuwe opdrachten.
Zij ging ervan uit dat zij al deze werkzaamheden zou hebben uitgevoerd en berekende haar schade aan de hand van het aantal uren dat zij beschikbaar zou zijn geweest, vermenigvuldigd met haar gebruikelijke uurtarieven. Daarbij nam zij niet alleen daadwerkelijk gewerkte uren mee, maar ook zogenoemde stand-by-uren. Deze methode staat bekend als de ‘gemiste-urenbenadering’.
Het verweer van de verzekeraar
De verzekeraar erkende het letsel, maar vond de schadeberekening niet realistisch. Volgens haar moest niet worden uitgegaan van verwachtingen, maar van objectieve cijfers. Zij pleitte voor toepassing van de vergelijkingsmethode: het vergelijken van het inkomen in de periode van arbeidsongeschiktheid met het inkomen in representatieve periodes vóór en na het ongeval.
Uit die vergelijking zou volgen dat het gemiddelde inkomen van de advocaat aanzienlijk lager lag dan zij stelde. Bovendien wees de verzekeraar erop dat veel van de genoemde opdrachten niet verder kwamen dan vrijblijvende contacten per e-mail of WhatsApp. Er waren geen getekende overeenkomsten waaruit bleek dat deze werkzaamheden daadwerkelijk zouden zijn verricht.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank benadrukte dat een benadeelde recht heeft op vergoeding van het daadwerkelijke verlies aan verdienvermogen. Dat vereist een vergelijking tussen de werkelijke situatie na het ongeval en de hypothetische situatie zonder ongeval. Die vergelijking moet zo concreet mogelijk worden ingevuld.
In dit geval vond de rechtbank de onderbouwing van de advocaat onvoldoende. Zij ging uit van een groot aantal declarabele uren, terwijl uit de bestaande contracten juist bleek dat alleen daadwerkelijk gewerkte en goedgekeurde uren konden worden gefactureerd. Voor stand-by-uren bestond geen recht op betaling.
Daarnaast ontbrak overtuigend bewijs dat de andere opdrachten daadwerkelijk zouden zijn doorgegaan. De door de advocaat geschetste omzetverwachting voor 2023 week bovendien sterk af van haar gerealiseerde inkomsten in de jaren vóór het ongeval.
Om een beter beeld te krijgen van haar normale werkpatroon en verdiencapaciteit, droeg de rechtbank haar op om de urenspecificaties over 2021, 2022 en 2024 te overleggen. Pas daarna kan worden beoordeeld welke inkomensschade aannemelijk is. De procedure wordt daarom voortgezet.
Het belang van deze uitspraak
Deze zaak is relevant voor iedereen die als zelfstandige werkt en letselschade oploopt. De rechtbank laat zien dat inkomensschade niet kan worden gebaseerd op louter verwachtingen of optimistische aannames. Verwacht wordt dat een ondernemer zijn schade onderbouwt met concrete gegevens, zoals contracten, urenspecificaties, facturen en agenda’s.
Dat betekent overigens niet dat het bewijs waterdicht hoeft te zijn. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat aan het bewijs van de hypothetische situatie zonder ongeval geen buitensporig hoge eisen mogen worden gesteld. Wel moet de schadebegroting realistisch en controleerbaar zijn.
Voor zelfstandigen met wisselende opdrachten vraagt dat om extra zorgvuldigheid. Het enkel verwijzen naar lopende gesprekken of mogelijke toekomstige opdrachten is onvoldoende om een forse arbeidsvermogensschade aannemelijk te maken.
Juridisch advies
Voor zelfstandigen die letselschade oplopen, is dit een duidelijke les: zorg voor een goede administratie. Gedetailleerde urenregistraties, contracten en facturen zijn essentieel bij het begroten van arbeidsvermogensschade. Schakel daarnaast tijdig deskundige juridische bijstand in om uw vordering zorgvuldig en overtuigend op te bouwen.
Heeft u zelf letselschade opgelopen en wilt u weten hoe de schade die u daardoor lijdt het best kan worden vastgesteld? Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende beoordeling van uw situatie. Wij denken met u mee en behartigen uw belangen.