• Landelijk werkzaam
  • Persoonlijk bezoek
  • Één vast aanspreekpunt
  • Gratis rechtshulp

Een val van 3,5 meter: wanneer wordt een gevaarlijke situatie juridisch onrechtmatig?

Door: Lisa Fluit
Leestijd: 3 minuten

Een trap naar een vliering lijkt op het eerste gezicht weinig bijzonders. Toch kan juist zo’n alledaagse situatie leiden tot een ingewikkelde aansprakelijkheidskwestie wanneer eenvoudige veiligheidsmaatregelen achterwege blijven. Waar ligt de grens tussen een ongelukkige samenloop van omstandigheden en een situatie waarvoor iemand juridisch verantwoordelijk kan worden gehouden?

In een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland stond precies deze vraag centraal. De rechtbank moest beoordelen of een aannemer aansprakelijk was nadat een vrouw ernstig letsel opliep door een val van een losstaande trap tijdens een verbouwing. De uitspraak laat op heldere wijze zien hoe de leer van de gevaarzetting uit artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek in de praktijk wordt toegepast en bevestigt opnieuw de blijvende betekenis van het in de juridische wereld alom bekende Kelderluik-arrest.

Gevaarzetting binnen het aansprakelijkheidsrecht

Niet iedere gevaarlijke situatie leidt automatisch tot aansprakelijkheid. Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht verlangt een zorgvuldige afweging van alle omstandigheden van het geval. Artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat degene die een onrechtmatige daad pleegt en daardoor schade veroorzaakt, verplicht is die schade te vergoeden.

Wanneer sprake is van gevaarzetting wordt al decennialang aangesloten bij de maatstaven uit het Kelderluik-arrest van de Hoge Raad. Daarbij wordt beoordeeld of degene die een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd of laten voortbestaan, redelijkerwijs aanvullende veiligheidsmaatregelen had moeten treffen. Relevante factoren zijn onder meer de kans dat anderen onvoldoende oplettend zijn, de waarschijnlijkheid dat hierdoor een ongeval ontstaat, de ernst van de mogelijke gevolgen en de vraag hoe bezwaarlijk het nemen van voorzorgsmaatregelen zou zijn.

Juist deze belangenafweging maakt dat gevaarzetting sterk afhankelijk blijft van de concrete feiten van iedere zaak.

De feiten van de zaak

Tijdens werkzaamheden aan een woning gebruikte de bewoonster een losstaande trap om een vliering te bereiken. De trap was door de aannemer geplaatst op een met stucloper afgedekte vloer en was niet bevestigd, terwijl de gebruiksinstructies juist voorschreven dat de trap moest worden vastgezet.

Toen de vrouw de trap beklom, schoof deze weg. Zij kwam ongeveer 3,5 meter lager op de grond terecht en liep daarbij letsel op. Volgens haar had de aannemer een gevaarlijke situatie laten ontstaan door de trap onbeveiligd achter te laten. De aannemer stelde zich op het standpunt dat onvoldoende vaststond hoe het ongeval precies was gebeurd en voerde daarnaast aan dat de vrouw medeverantwoordelijk was voor haar eigen schade.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank achtte de lezing van de benadeelde overtuigend. Haar verklaringen waren consistent en werden niet gemotiveerd weersproken. Daarmee stond voldoende vast dat de trap daadwerkelijk was weggegleden.

Vervolgens paste de rechtbank de Kelderluik-criteria toe. Daarbij speelde een belangrijke rol dat de trap op een gladde ondergrond stond, niet was vastgezet en eenvoudig kon verschuiven. Bovendien was voorzienbaar dat iemand de trap zou gebruiken om de vliering te bereiken. Een val vanaf meerdere meters hoogte brengt een aanzienlijk risico op ernstig letsel met zich mee, terwijl het treffen van veiligheidsmaatregelen nauwelijks inspanning had gekost. Het vastzetten van de trap, het verwijderen ervan of het geven van een duidelijke waarschuwing waren eenvoudige en effectieve maatregelen geweest.

Onder deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat de aannemer een gevaarlijke situatie had laten voortbestaan die hij redelijkerwijs had moeten voorkomen. Daarmee was sprake van een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. De rechtbank verklaarde de aannemer aansprakelijk voor de schade die uit het ongeval voortvloeit.

Eigen schuld biedt niet altijd een uitweg

Opvallend is dat het beroep op eigen schuld geen gehoor vond. De rechtbank overwoog dat de benadeelde erop mocht vertrouwen dat een door een professionele partij geplaatste trap veilig gebruikt kon worden. Wanneer een vakbekwame partij een situatie creëert zonder waarschuwingen of zichtbare veiligheidsvoorzieningen, hoeft een gebruiker niet zonder meer te verwachten dat sprake is van een ernstig gevaar.

Deze overweging sluit aan bij een bredere lijn in de rechtspraak waarin professionele partijen een vergaande zorgplicht dragen wanneer zij werkzaamheden uitvoeren in een omgeving waar anderen zich bevinden.

Juridisch advies

Heeft u letsel opgelopen door een onveilige situatie? Dan is een zorgvuldige juridische beoordeling van de feiten essentieel. Onze specialisten op het gebied van het aansprakelijkheidsrecht adviseren u graag over uw rechtspositie.

Gratis hulp en advies
  • Binnen 24 uur contact
  • Eén vast aanspreekpunt
  • Persoonlijke aanpak
  • Gratis rechtshulp
  • Landelijk werkzaam

    Gratis hulp en advies
    (c) copyright Stipt letselschade | Klachtenregeling | Algemene Voorwaarden | Sitemap | Privacyverklaring