Door: Lisa Fluit
Leestijd: 3 minuten
Midden in de nacht, een vrijwel leeg kruispunt, en toch een ernstig ongeval. Wie dan door rood rijdt en te hard rijdt, begeeft zich op gevaarlijk terrein. Maar is dat juridisch ook meteen roekeloos? Die vraag stond centraal in een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Het antwoord van de rechtbank is opvallend terughoudend.
In de vroege ochtend van 10 september 2019, rond 02.18 uur, vond op het Leidseplein in Amsterdam een ernstig verkeersongeval plaats. Een bestuurder van een deelauto reed met een snelheid van circa 61 tot 68 km per uur waar 50 km per uur was toegestaan. Hij negeerde een verkeerslicht dat al ruim 30 seconden op rood stond en kwam in botsing met een fietser, die daarbij zwaar letsel opliep.
De bestuurder werd strafrechtelijk veroordeeld op grond van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een taakstraf en een onvoorwaardelijke rijontzegging. Daarmee stond zijn aansprakelijkheid in beginsel vast. De WAM-verzekeraar had de schade van het slachtoffer vergoed en probeerde deze vervolgens te verhalen op de bestuurder, met een beroep op artikel 15 lid 1 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.
Omdat de bestuurder niet de verzekeringnemer was, kon de verzekeraar de schade alleen verhalen als hij niet mocht aannemen dat zijn aansprakelijkheid verzekerd was. In de polisvoorwaarden was bepaald dat dekking vervalt bij opzet of roekeloosheid. Daarmee kwam de discussie neer op de vraag of het rijgedrag van de bestuurder als roekeloos kon worden aangemerkt.
De rechtbank zocht aansluiting bij artikel 7:952 Burgerlijk Wetboek en de bijbehorende wetsgeschiedenis. Daaruit volgt dat roekeloosheid een vorm van schuld is die dicht tegen opzet aan ligt. Het gaat om gedrag waarbij een bestuurder zich bewust is van een aanmerkelijke kans op schade, of zich daarvan in elk geval bewust had moeten zijn.
Hoewel de rechtbank erkende dat de bestuurder te hard reed en door rood licht reed op een druk kruispunt, werd dit niet als roekeloos beschouwd. Volgens de rechtbank was meer nodig om die kwalificatie te rechtvaardigen. Daarbij werd gedacht aan verzwarende omstandigheden zoals alcoholgebruik, drugsgebruik of afleiding door een telefoon. Ook speelde mee dat de bestuurder verklaarde het rode licht simpelweg niet te hebben gezien.
Die redenering is juridisch verdedigbaar, maar voelt tegelijkertijd ongemakkelijk. Want wat zegt het over de norm als het negeren van een langdurig rood licht, gecombineerd met een te hoge snelheid op een druk stedelijk kruispunt, niet als roekeloos wordt gezien? Juist in dit soort situaties ligt het voor de hand om te spreken van onbewuste roekeloosheid. De bestuurder heeft immers een aanmerkelijk risico genomen dat voor iedere verkeersdeelnemer evident is. Dat hij zich daarvan niet bewust zegt te zijn geweest, maakt dat risico niet minder groot. Integendeel, het onderstreept juist het gebrek aan oplettendheid dat van een verkeersdeelnemer mag worden verwacht.
De vraag rijst dan ook of de lat voor roekeloosheid hier niet te hoog wordt gelegd. Door aanvullende omstandigheden zoals alcoholgebruik als bijna noodzakelijke voorwaarde te zien, dreigt het begrip roekeloosheid in de praktijk uitgehold te raken.
Interessant is dat dit ongeval plaatsvond vlak vóór de invoering van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994. Deze bepaling, die per 1 januari 2020 in werking is getreden, richt zich expliciet op zeer gevaarlijk rijgedrag. Het artikel verbiedt het opzettelijk ernstig schenden van verkeersregels wanneer daardoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ontstaat.
Door rood licht rijden wordt in dat kader expliciet genoemd als gedraging die onder omstandigheden tot aansprakelijkheid kan leiden. In combinatie met artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 en 175 Wegenverkeerswet 1994 kan een schending van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 zelfs bijdragen aan het aannemen van roekeloosheid.
Het is dan ook goed denkbaar dat dezelfde casus onder het huidige recht anders zou worden beoordeeld. De wetgever heeft immers duidelijk beoogd om strenger op te treden tegen gevaarlijk verkeersgedrag, ook wanneer de bestuurder stelt zich niet bewust te zijn geweest van het risico.
Deze uitspraak laat zien hoe complex de beoordeling van verkeersgedrag kan zijn, zeker wanneer het gaat om begrippen als schuld en roekeloosheid. Voor slachtoffers en betrokkenen kan dit grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld bij de vraag of wie schade verhaald moet worden.
Heeft u te maken met letselschade na een verkeersongeval of twijfelt u over uw juridische positie? Laat u dan goed adviseren door een specialist. De experts van Stipt Letselschade helpen u graag verder. Via hun website kunt u bovendien eenvoudig een gratis letselschade test doen, zodat u snel inzicht krijgt in uw mogelijkheden.