Door: André Rotte
Leestijd: 3 minuten
De cijfers van de Monitor Arbeidsongevallen 2023, gepubliceerd door de Nederlandse Arbeidsinspectie, laten een zorgwekkend beeld zien. In totaal werden 2.448 arbeidsongevallen onderzocht, waarbij 2.386 slachtoffers betrokken waren. Maar liefst 69 van deze ongevallen eindigden fataal. Het meest in het oog springt dat vallen nog steeds de grootste oorzaak van arbeidsongevallen blijkt te zijn.
Vallen als grootste risico
Het klinkt zo eenvoudig: een stap van een ladder, een misstap op een steiger of een uitglijder op een platform. Toch zijn dit precies de situaties die in 2023 verantwoordelijk waren voor het grootste aantal arbeidsongevallen. In de bouwnijverheid gaat het zelfs om meer dan de helft van alle geregistreerde ongevallen. Werknemers vallen van daken, hoogwerkers of trapjes, vaak met ernstige en blijvende gevolgen.
Een treffend voorbeeld komt uit de bouwsector. Een schilder viel tijdens het bijwerken van een gevel van een steiger van vier meter hoog. Hoewel hij een helm droeg, liep hij ernstig rug- en hersenletsel op. Dit soort incidenten laat zien hoe groot de impact van een val kan zijn, niet alleen op de gezondheid van de werknemer, maar ook op diens gezin en financiële situatie.
Werken op hoogte: dagelijks risico voor honderdduizenden werknemers
Ruim 380.000 Nederlanders werken vrijwel dagelijks op hoogte. Denk aan dakdekkers, monteurs, gevelreinigers en bouwvakkers. In totaal gaat het om ongeveer 13 procent van de bedrijven in Nederland waar regelmatig of incidenteel op hoogte wordt gewerkt. Vaak wordt dit gedaan met ladders, maar ook steigers en hoogwerkers komen veel voor. Toch blijkt uit de cijfers dat niet altijd de juiste beveiligingsmaatregelen worden genomen, zoals valbeveiligingssystemen of goedgekeurde lijnen.
Volgens de Arbowet (artikel 3 en 5) heeft een werkgever de plicht om de risico’s van werken op hoogte zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent dat er een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) moet zijn en dat passende maatregelen moeten worden genomen. Het nalaten hiervan kan ernstige juridische gevolgen hebben voor een werkgever.
Contact met arbeidsmiddelen: gevaar in de industrie
Naast vallen vormt ook contact met machines en gereedschappen een groot gevaar. In de industrie gaat het bij 42 procent van de ongevallen om slachtoffers die in aanraking kwamen met bewegende machineonderdelen. Denk aan vingers die vast komen te zitten in een draaiende pers of kleding die gegrepen wordt door een transportband.
Een schrijnend voorbeeld betreft een magazijnmedewerker die tijdens het verplaatsen van goederen werd aangereden door een vorkheftruck. Hoewel het voertuig langzaam reed, liep de man zwaar beenletsel op waardoor hij maandenlang niet kon werken. Dit type ongevallen toont eens te meer aan hoe belangrijk het is dat werkgevers voldoende toezicht houden en dat werknemers goede veiligheidsinstructies krijgen.
Ernstig letsel en overlijdensrisico
De ernst van de gevolgen verschilt per type ongeval. Bij ongelukken met voertuigen of rijdende werktuigen, zoals heftrucks of shovels, ligt het overlijdenspercentage op maar liefst 6 procent. Daartegenover staat dat bij ongelukken met machines de kans op blijvend letsel bijzonder groot is: een derde van de slachtoffers houdt hier levenslange beperkingen aan over.
Volgens artikel 7:658 van het Burgerlijk Wetboek is de werkgever vrijwel altijd aansprakelijk wanneer een werknemer letsel oploopt tijdens de uitvoering van zijn werk. De wet bepaalt dat de werkgever moet zorgen voor een veilige werkplek en adequate instructies. Alleen wanneer een werkgever kan aantonen dat hij aan al zijn zorgplichten heeft voldaan of dat de werknemer met opzet roekeloos heeft gehandeld, vervalt deze aansprakelijkheid. In de praktijk blijkt dat laatste vrijwel nooit aan de orde.
Mannen en jongeren vaker slachtoffer
Uit de cijfers blijkt dat mannen veel vaker slachtoffer zijn dan vrouwen. Van alle slachtoffers is zeven op de acht man. In sectoren als bouw en industrie is dit nog hoger. Opvallend is ook dat de leeftijd een rol speelt: oudere werknemers lopen vaker letsel op in de zorg, terwijl jongeren juist in de landbouw en visserij vaak betrokken zijn bij ongelukken.
Arbeidsmigranten vormen daarnaast een kwetsbare groep. Zij werken vaak in sectoren met hoge risico’s, zoals de metaalindustrie of de bouw. Bovendien hebben zij door taalbarrières of onzekere arbeidscontracten minder mogelijkheden om misstanden te melden. Uit de Monitor blijkt dat het overlijdenspercentage bij deze groep dubbel zo hoog ligt als bij andere werknemers.
Waarom juridische hulp belangrijk is
Het verhalen van schade na een arbeidsongeval is vaak een complex proces. Voor slachtoffers kan dit een zware strijd zijn, zeker in een periode waarin herstel en gezondheid centraal zouden moeten staan.
De experts van Stipt Letselschade beschikken over jarenlange ervaring in het bijstaan van slachtoffers van arbeidsongevallen. Zij kennen de juridische kaders, weten hoe werkgevers en verzekeraars opereren en zorgen ervoor dat slachtoffers de vergoeding krijgen waar zij recht op hebben.