Door: admin
Leestijd: 4 minuten
Wanneer kinderen buiten spelen, sporten of zich in groepen op straat begeven, ontstaat geregeld schade aan eigendommen van anderen. Vaak gaat het om relatief onschuldige situaties, zoals een bal tegen een autoruit of een fietser die per ongeluk een geparkeerde auto raakt.
Juist in dat soort situaties blijkt regelmatig dat slachtoffers hun schade niet vergoed krijgen, simpelweg omdat de minderjarige zelf geen verhaal biedt. Dat heeft de afgelopen jaren geleid tot een hernieuwde discussie over de aansprakelijkheid van ouders voor het handelen van hun kinderen. Met name na de rellen en plunderingen van de afgelopen jaren kwam de vraag opnieuw centraal te staan of de huidige wettelijke regeling nog wel voldoende bescherming biedt aan gedupeerden.
De wet maakt onderscheid tussen verschillende leeftijdscategorieën. Daarbij geldt dat de aansprakelijkheid van ouders afneemt naarmate een kind ouder wordt.
Voor kinderen jonger dan veertien jaar geldt een vergaande risicoaansprakelijkheid voor ouders of voogden. Minderjarigen onder die leeftijd kunnen op grond van artikel 6:164 Burgrerlijk Wetboek niet zelf aansprakelijk worden gehouden voor een onrechtmatige daad. De aansprakelijkheid rust in dat geval volledig op de ouders of voogden, zoals geregeld in artikel 6:169 Burgerlijk Wetboek
Dit betekent dat ouders in beginsel aansprakelijk zijn voor schade die hun kind veroorzaakt, ongeacht of hen persoonlijk een verwijt treft. In de praktijk wordt dergelijke schade vaak gedekt onder een aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP), mits sprake is van gezinsdekking.
Van belang is wel dat het moet gaan om actief handelen van het kind. Wanneer een jong kind schade veroorzaakt door juist niets te doen, ligt aansprakelijkheid juridisch ingewikkelder.
Voor minderjarigen van veertien en vijftien jaar geldt een andere regeling.
In die leeftijdscategorie is het kind zelf aansprakelijk voor de schade die het veroorzaakt. Daarnaast kunnen ook de ouders aansprakelijk worden gehouden. Ouders hebben in dat geval echter een zogenoemde vrijpleitmogelijkheid. Zij kunnen aansprakelijkheid voorkomen wanneer zij aannemelijk maken dat hen redelijkerwijs geen verwijt treft en dat zij voldoende toezicht hebben gehouden of voldoende hebben gedaan om het gedrag van het kind te voorkomen.
Vanaf zestien jaar is het uitgangspunt dat de minderjarige volledig zelf aansprakelijk is voor zijn handelen. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen ouders nog aansprakelijk worden gehouden, bijvoorbeeld wanneer sprake is van aantoonbaar tekortschietend toezicht. In de praktijk blijkt dat vaak lastig te bewijzen.
Hoewel de huidige regeling juridisch duidelijk en logisch is opgebouwd, leidt zij in de praktijk regelmatig tot problemen. Zeker bij oudere minderjarigen blijkt schadevergoeding vaak lastig afdwingbaar. Veel jongeren beschikken immers niet over eigen vermogen of inkomen waarmee de schade kan worden vergoed.
Daardoor blijven slachtoffers geregeld met hun schade zitten. Dat speelt niet alleen bij relatief kleine schadegevallen, maar juist ook bij grotere incidenten zoals vernielingen tijdens rellen, brandstichtingen of geweldsincidenten die vanwege opzettelijk handelen niet onder de dekking van de verzekering valt.
De maatschappelijke vraag die daarbij steeds vaker wordt gesteld, is of het redelijk is dat gedupeerden het financiële risico dragen terwijl ouders buiten schot blijven zodra kinderen een bepaalde leeftijd bereiken.
De discussie over een verruiming van de aansprakelijkheid van ouders speelt al geruime tijd. Reeds in 2013 werd een wetsvoorstel besproken waarin werd voorgesteld om ouders ook voor kinderen vanaf veertien jaar risicoaansprakelijk te maken. Dat zou betekenen dat de huidige vrijpleitmogelijkheid voor ouders zou verdwijnen.
Het voorstel stuitte destijds op forse kritiek. Met name werd gevreesd dat een verruimde aansprakelijkheid zou kunnen leiden tot onverzekerbaarheid of onredelijke financiële risico’s voor gezinnen. Uiteindelijk werd het voorstel dan ook niet ingevoerd.
Toch bleef het onderwerp maatschappelijk relevant. Met name door de toename van jeugdcriminaliteit, steekincidenten en grootschalige vernielingen kwam de discussie opnieuw op gang. In dat kader verscheen de verkenning Jeugdcriminaliteit en opvoeding, waarin nadrukkelijk werd gekeken naar de rol van ouders bij het voorkomen van problematisch gedrag onder jongeren.
Naar aanleiding daarvan diende demissionair minister Dekker in 2021 een voorstel in om de ouderlijke risicoaansprakelijkheid uit te breiden tot en met zeventien jaar. Daarmee zouden ouders in veel meer gevallen financieel verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor schade veroorzaakt door hun minderjarige kinderen.
Volgens de minister zou deze verruiming niet alleen de positie van slachtoffers versterken, maar ook een preventieve werking kunnen hebben. Ouders zouden zich mogelijk actiever gaan bezighouden met toezicht en begeleiding wanneer zij weten dat zij financieel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor het gedrag van hun kinderen.
Tegelijkertijd werd benadrukt dat strengere aansprakelijkheid niet los kan worden gezien van maatschappelijke ondersteuning. In veel gevallen gaat het namelijk om gezinnen die kampen met complexe opvoedingsproblemen, beperkte financiële middelen of een moeilijke thuissituatie. Alleen strengere regelgeving invoeren zonder aanvullende ondersteuning zou volgens velen onvoldoende recht doen aan de onderliggende problematiek.
De discussie rondom ouderlijke aansprakelijkheid raakt aan een fundamenteel spanningsveld tussen bescherming van slachtoffers en de grenzen van ouderlijke verantwoordelijkheid. Enerzijds bestaat brede maatschappelijke steun voor betere bescherming van gedupeerden die nu vaak met schade blijven zitten. Anderzijds rijst de vraag in hoeverre ouders verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het gedrag van bijna volwassen jongeren.
De komende jaren zal moeten blijken of de wetgever daadwerkelijk kiest voor een verdere verruiming van de aansprakelijkheid van ouders. Daarbij zal niet alleen gekeken moeten worden naar juridische haalbaarheid, maar ook naar de maatschappelijke gevolgen en de uitvoerbaarheid in de praktijk.
Bent u geconfronteerd met schade veroorzaakt door een minderjarige of heeft u juist vragen over uw positie als ouder? Dan is het verstandig om tijdig juridisch advies in te winnen. De aansprakelijkheid van minderjarigen en ouders is juridisch complex en sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval.
De specialisten van Stipt Letselschade kunnen u helpen bij het vaststellen van aansprakelijkheid en het verhalen van uw schade. Daarnaast kunt u vrijblijvend gebruikmaken van de gratis letselschadetest om direct inzicht te krijgen in uw juridische positie en mogelijke schadevergoeding.