Door: André Rotte
Leestijd: 3 minuten
Het verlies van een dierbare is ingrijpend. Naast het verdriet en het gemis, komt er vaak ook een financiële schok bij kijken. Wat als uw partner het grootste deel van het inkomen binnenbracht? Wat als u samen een huishouden voerde, en u plots alleen staat voor de kosten? In zulke gevallen voorziet de wet in een vergoeding van overlijdensschade. Dit is geregeld in artikel 6:108 van het Burgerlijk Wetboek.
In deze blog leggen we uit wie recht heeft op vergoeding, wat er precies vergoed kan worden, en hoe die schade wordt berekend. Zo weet u wat u kunt verwachten – en wat uw rechten zijn.
Wie kan een vergoeding wegens overlijdensschade claimen?
Niet iedereen mag zomaar een claim indienen. De wet noemt specifiek wie in aanmerking komt voor vergoeding.
Het gaat om:
Kort gezegd: alleen wie (financieel) afhankelijk was van de overledene, komt in aanmerking voor schadevergoeding.
Welke schade wordt vergoed?
Gederfd levensonderhoud
Als u (deels) afhankelijk was van het inkomen van de overledene, mag u het weggevallen financiële aandeel van de overledene claimen. Denk aan huur, boodschappen, schoolkosten, verzekeringen – alles waaruit blijkt dat u minder te besteden heeft door het overlijden.
Kosten van lijkbezorging
De redelijke kosten van de uitvaart zijn ook vergoedbaar, zolang deze niet al op een andere manier zijn betaald (bijvoorbeeld via een uitvaartverzekering).
Levensonderhoud in natura
Dit betreft het aandeel van de overledene gaf, zoals de zorg voor de kinderen, het verrichten van huishoudelijke taken of zelfwerkzaamheid, bijvoorbeeld aan de woning en/of de tuin.
Affectieschade
Sinds 2019 kent de wet de mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade: een vergoeding voor het verlies van een hechte relatie, bedoeld voor naasten van wie de partner, ouder of kind door een fout is overleden. Dit is een vaste, symbolische vergoeding (veelal tussen €12.500,00 en €20.000,00), los van daadwerkelijke financiële schade. Affectieschade kan het beste worden omschreven als smartengeld voor een beperkte groep nabestaanden.
Shockschade?
Shockschade doordat u getuige bent van het ongeval of het directe gevolg daarvan, en daardoor een psychische aandoening ontwikkelt, kan ook voor vergoeding in aanmerking komen. Een dergelijke vorm moet wel medisch en juridisch stevig worden onderbouwd. Shockschade valt buiten het bereik van artikel 6:108 Burgerlijk Wetboek. Per saldo heeft het slachtoffer bij shockschade een vordering die onder artikel 6:107 Burgerlijk Wetboek (letselschade) valt.
Hoe wordt overlijdensschade berekend?
De berekening van overlijdensschade is maatwerk. Gelukkig is er sinds enkele jaren een nieuwe standaard om discussie zoveel mogelijk te voorkomen de Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad.
Dit model stelt een aantal uitgangspunten vast:
De richtlijn voorkomt dat slachtoffers worden onder- of overgecompenseerd, en bevordert voorspelbaarheid.
Een belangrijke factor in de berekening is de “behoeftigheid”. Dit houdt in: is er daadwerkelijk een financieel nadeel door het overlijden? Alleen als dat aantoonbaar is, bestaat er recht op vergoeding van derving van levensonderhoud.
Tot slot
Overlijdensschade draait niet om geld, maar om recht doen aan een gemis. De wet erkent dat het verlies van een dierbare ook financiële gevolgen heeft – en dat die gecompenseerd mogen worden. Bij Stipt vinden wij het belangrijk dat u daarin goed wordt bijgestaan: eerlijk, deskundig en met oog voor uw situatie.
Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvend en kosteloos advies. Via het contactformulier op onze website kunt u eenvoudig uw situatie aan ons voorleggen.
Liever telefonisch? Dan zijn wij bereikbaar op 0113 – 40 50 62. U kunt ook mailen naar info@stiptletselschade.nl. Wij nemen binnen 24 uur contact met u op en bespreken samen wat wij voor u kunnen betekenen.